Het is een veelgehoord probleem bij digitale spiegelreflex camera’s: front- of backfocus, ofwel: de situatie waarbij de hoogste scherpte in de foto niet op het punt zit waar oorspronkelijk op scherpgesteld was. Niet iedereen zal het probleem zelf herkennen, maar toch heeft vrijwel elke combinatie van camera en lens er in meer of mindere mate last van. In dit artikel ga ik kort in op de oorzaak van deze problemen en mogelijke oplossingen.

De oorzaak
Allereerst het verschil tussen frontfocus en backfocus: bij frontfocus ligt het scherptevlak in de foto voor het punt waarop was scherpgesteld en bij backfocus ligt dit vlak na het punt waarop was scherpgesteld.
De oorzaak van dit autofocus probleem probleem zit ‘m in het feit dat geen enkel productieproces perfect is. Dit geldt voor consumentenproducten natuurlijk in hogere mate dan in het geval van professionele apparatuur, maar feit blijft dat elk gefabriceerd product hierdoor beïnvloed wordt. In het productieproces van digitale spiegelreflex camera’s (D-SLR’s) en objectieven wordt daarom altijd een toegestane tolerantie gehanteerd. Deze tolerantie bepaald hoeveel een eindproduct mag afwijken van de originele specificatie.
In het geval van een D-SLR kan er bijvoorbeeld verschil zitten in de exacte positie van het sensoroppervlak. Wanneer dit vlak meer naar voren of achter staat, heeft dit gevolgen voor de positie van het scherptevlak in de foto’s. Bij objectieven kan hetzelfde gebeuren door de positie (of vorm) van de lenzen, waardoor het uiteindelijke beeld afwijkend op de sensor geprojecteerd wordt.

De toleranties die voor beide producten gehanteerd worden leveren in principe goede foto’s op, waarbij de scherpte ook op het juiste punt zit, of in ieder geval binnen een acceptabel bereik. De clou zit ‘m hier echter in de combinatie van camera en lens. Deze combinatie levert namelijk ook een gecombineerde afwijking op. Het kan dan zijn dat de afwijking van de lens de afwijking van de camera (grotendeels) compenseert, maar het kan ook zo zijn dat de twee elkaar versterken, wat een grotere afwijking oplevert.

Een voorbeeld (met fictieve cijfers):
Zowel de camera- als objectievenfabrikant hanteren een tolerantie van +5 tot -5 in het eindproduct, waarbij 0 een perfect gefabriceerd product zou zijn.
Wanneer een camera met afwijking +4 wordt gecombineerd met een lens met afwijking -3, levert dit dus een totale afwijking van +1 op en dus een zeer kleine afwijking in de uiteindelijke foto’s. Wordt er diezelfde camera gebruikt met een lens met afwijking +5, dan levert dit een afwijking op van +9, wat dus ruim buiten de opgestelde toleranties valt en dus een duidelijk zichtbare afwijking in focus oplevert.

Een fabrikant garandeert enkel de kwaliteit van zijn eigen, op zichzelf staande, product en niet de combinatie met andere producten.

Mogelijke oplossingen
Frontfocus en backfocus problemen zijn op twee manieren op te lossen:

  1. Het opsturen van de camera en de lens of lenzen naar de fabrikant
  2. Het calibreren van de camera met Micro-AF adjustment.

In het eerste geval zal de fabrikant veelal reparatiekosten in rekening brengen, omdat de afwijking niet binnen de garantie valt. Daarnaast is het belangrijk om te weten dat de fabrikant eigenlijk alleen maar de Autofocus software van de camera aanpast om deze te laten compenseren voor de ontstane afwijking. Weliswaar zullen de opgestuurde camera en lens vervolgens optimaal op elkaar afgestemd zijn, maar het probleem met andere lenzen kan juist verergerd zijn. Als de tweede combinatie uit het eerdere voorbeeld opgestuurd zou worden, dan zou dat betekenen dat de camerafabrikant de camera bij stelt om een afwijking van +9 te compenseren. Het gevolg is dat de eerste combinatie nu juist een afwijking krijgt van -8 (+1-9).
Voor een optimaal resultaat met alle lenzen, zullen dus alle lenzen meegezonden moeten worden, zodat de camerafabrikant voor elke lens een aparte instelling aan kan maken. Het mag duidelijk zijn dat dit flink in de papieren kan lopen.

De tweede optie, het zelf calibreren van de camera met Micro-AF adjustment, is alleen mogelijk met bepaalde camera modellen. OPer 10 september 2009 stellen de volgende camera’s deze functionaliteit beschikbaar aan hun gebruikers:

  • Canon EOS 1D Mk III, 1Ds Mk III, 5D Mk II, 7D of 50D;
  • Nikon D3, D3X, D300, D300s of D700;
  • Sony A900 of A850;
  • Olympus E-30 of E-620;
  • Pentax K20 of K7D.

Martijn Smeets Fotografie biedt Autofocus Calibratie nu ook als dienst aan bij de hierboven genoemde camera’s. Kijk voor meer informatie op: Nieuwe dienst: Autofocus Calibratie.