Het begrip ‘color management’ is wellicht één van de meest gehypte begrippen binnen de digitale fotografie. Een simpele zoektocht op Internet levert miljoenen hits op en het resultaat van een middagje surfen is vaak alleen maar meer onduidelijkheid. De meningen en wijze van toepassen lopen nogal uiteen en bovendien gaan veel artikelen over color management te diep op de stof in voor de gemiddelde fotograaf. Met dit artikel heb ik geprobeerd het kaf van het koren te scheiden en zal ik enkele aspecten van color management behandelen die voor iedereen nuttig en te begrijpen zijn.

Waarom Color management?

Vrijwel elke (digitale) fotograaf krijgt vroeg of laat met color management (kleurbeheer) te maken en wanneer je optimale resultaten wilt behalen, dan zul je er ook de nodige kennis van moeten hebben. Maar wat houdt het dan precies in?

Elk uitvoerapparaat heeft z’n eigen karakteristieken wat betreft de manier waarop het kleuren en lichtintensiteit weergeeft. Zo hebben monitoren heel andere eigenschappen dan bijvoorbeeld printers en drukpersen. Het onderlinge verschil tussen monitoren is vaak minstens zo groot. Voor al die uitvoerapparaten geldt dat ze maar een beperkt aantal kleuren kunnen weergeven en bovendien op verschillende manieren afgesteld kunnen worden, wat ook tot de nodige afwijkingen kan leiden.

Het resultaat kan dan dus zijn dat je foto op je eigen beeldscherm helemaal naar wens is, maar dat deze er bij de buurman heel anders uitziet, of dat de afdruk van deze foto ook niet helemaal overeen komt met de vertoning op het beeldscherm.

De eerste stap in een correcte vertoning op ieders beeldscherm of alle afdrukken ligt bij de instellingen van je eigen beeldscherm. Natuurlijk kan je er nooit voor zorgen dat anderen hun beeldscherm perfect hebben afgesteld, maar je kan er wel voor zorgen dat jij je bewerkingen uitvoert op een neutraal beeldscherm, waardoor het resultaat gemiddeld gezien goed vertoond wordt.

Hoe werkt Color management?

Color management gebeurt door middel van ICC (International Color Consortium) profielen. Simpel gezegd vertellen deze profielen de computer hoe bepaalde kleurwaarden in een afbeelding (of wat dan ook) moeten worden verwerkt en uitgevoerd. Zo zijn er verschillende ICC profielen voor monitoren, printers, maar ook voor verschillende soorten papier. In het laatste geval wordt er dan voor de output naar de printer voor gezorgd dat de kleuren zo aan de printer doorgegeven worden dat ze op het betreffende papier zo goed mogelijk weergegeven worden.

Er zijn niet alleen ICC profielen voor uitvoer apparaten, maar ook voor invoer apparaten (zoals scanners en camera’s), maar ook voor bestandsformaten (zoals Adobe RGB en sRGB). Het is goed om te weten dat deze profielen bestaan, maar ik zal daar niet dieper op ingaan. Over die bestandsformaten zal ik in een volgend artikel wel meer aandacht schenken. Simpel gezegd komt erop neer dat deze profielen de computer vertellen wat de kleurwaarden in de afbeelding betekenen, zodat ze daarna met een uitvoer-profiel weer vertaald kunnen worden naar de best mogelijke uitvoer.

Met behulp van monitor calibratie kan je zelf een ICC profiel voor je eigen monitor maken. Je kan je dan afvragen waarom je niet gewoon een standaardprofiel voor die monitor zou kunnen gebruiken. Dat heeft meerdere redenen. Allereerst veranderd de weergave van een monitor na verloop van tijd, hetgeen bij CRT beeldschermen meer aan de orde is dan bij LCD schermen. Daarnaast hebben de lichtomstandigheden in de ruimte waar de monitor zich bevindt ook invloed op de manier waarop de kleuren door onze ogen geïnterpreteerd worden en om dat te compenseren moet er dus een ander ICC profiel gebruikt worden.

De goedkoopste manier om je monitor te calibreren is met het Adobe Gamma programma of met Apple’s ingebouwde kleurbeheer dat te vinden is onder de beeldscherm voorkeuren. Bij beide methoden calibreer je met behulp van je eigen waarneming. Dit is niet erg nauwkeurig, doordat het menselijk ook de neiging heeft om kleurafwijkingen zeer snel te corrigeren, waardoor je de afwijking op een gegeven moment gewoon niet meer waar zal nemen. Het is dan ook beter om te calibreren met behulp van een calibratiesonde.

Beeldscherm calibratie met een calibratiesonde

Er zijn veel verschillende calibratie pakketten verkrijgbaar, waarvan de X-Rite i1 en de ColorVision Spyder3 Pro voor de meeste fotografen de beste aankopen zijn. De Pakketten variëren van 150 tot ruim 300 euro, maar voor de gemiddelde fotograaf zullen de standaard versies van 150 tot 200 euro afdoende zijn.

Ik werk zelf met de Colorvision Spyder3 Pro. De rest van dit artikel is dan ook gebaseerd op het gebruik van dit pakket.

De monitor calibratie wordt heel simpel uitgevoerd door de stappen in het bijgeleverde programma te volgen. Hierbij moet de sonde dan ook voor het beeldscherm worden gehangen, waarna deze de uitvoer van de monitor zal meten en evalueren. Gedurende dit proces zal gevraagd worden om de instellingen van de monitor (voor zover mogelijk) aan te passen tot deze binnen een bepaalde marge bevinden. Zodra dat gereed is zal de sonde de uiteindelijke meting uitvoeren en indien gewenst daarbij ook het omgevingslicht meenemen. Dat laatste is erg nuttig wanneer je regelmatig in verschillende soorten licht werkt (dag licht overdag versus kunstlicht ’s avonds). Je kan dan wisselen van profiel, wanneer dat nodig is.

Uiteindelijk zal de calibratiesoftware een ICC profiel genereren en dit installeren, zodat je er direct mee kunt werken. Wanneer je dan het verschil tussen de weergave voor en na de bewerking te zien krijgt besef je goed wat een verschil monitor calibratie uit kan maken.

Je zal de monitor calibratie nog regelmatig moeten herhalen om te compenseren voor de veranderende eigenschappen van de monitor. Voor CRT beeldschermen zal je dit elke maand minstens één keer moeten doen en bij LCD schermen is één keer in de twee maanden ruim voldoende.

De gamma-waarde kiezen

Tijdens de calibratie krijg je ook te maken met de gamma waarde van het kleurenprofiel. Voor een exacte werking en functie van de gamma-variabele van een kleurenprofiel (en beeldscherm) moet ik hier te diep op de materie ingaan, maar je zou het kunnen omschrijven als de manier waarop de waarden voor de lichtintensiteit worden omgezet naar de uiteindelijk weergegeven lichtintensiteit.

Het is wel belangrijk om te weten dat het Windows besturingssysteem standaard een gamma-waarde van 2.2 hanteert, wat betekent dat alle ongecalibreerde computer met het Windows besturingssysteem sowieso volgens deze gamma-functie werken. Het Apple besturingssysteem hanteert standaard een gamma van 1.8, en ook de grafische industrie hanteerde jarenlang deze gamma-waarde. De laatste jaren wordt echter steeds meer aangeraden om ook op het Apple-platform een waarde van 2.2 aan te houden.

Het grootste voordeel hiervan is dat de digitale weergave van foto’s op het Apple en Windows platform gelijk is. Wanneer je zelf materiaal aanlevert dat gedrukt of geprint moet worden, dan is de gebruikte gamma-waarde geen issue, maar wanneer er naderhand nog iemand mee komt te werken, dan is het wel noodzakelijk dat de gamma-waardes op elkaar aansluiten, of dat men hier in ieder geval kennis van heeft, zodat daar rekening mee gehouden kan worden.

Gebruik voor de beeldscherm calibratie dus een gamma waarde van 2.2.

Conclusie

Zeker als je je bewerkingen op verschillende monitoren uitvoert is het van groot belang dat deze allemaal gecalibreerd zijn, zodat de foto overal nagenoeg hetzelfde wordt weergegeven. Ik zeg hier bewust ‘nagenoeg’, omdat er altijd verschil zal blijven bestaan doordat verschillende monitoren ook een verschillend kleurenbereik hebben, wat resulteert in een iets afwijkende weergave van bepaalde kleuren.

Wanneer je ooit aan de slag gaat met professionele drukprocessen dan is een gecalibreerde monitor haast een vereiste; de subtiele aanpassingen die nodig zijn om een foto voor te bereiden voor professioneel drukwerk zijn zinloos als de monitor waar dat op gebeurt een forse afwijking vertoond.