14 april 2007
Sluitertijd en diafragma uitgelegd
Het zijn de twee belangrijkste basisbegrippen in de fotografie, maar veel beginnende fotografen hebben veel moeite om er goed en creatief mee om te gaan: sluitertijd en diafragma.
In dit artikel zullen al deze begrippen worden uitgelegd en verklaard, als ook de termen: ISO, bokeh en scherptediepte. Zo lees je hier ook hoe je de sluitertijd en diafragma op een creatieve manier kunt gebruiken en naar je hand kunt zetten.
Het diafragma
Diafragma en diafragmagetal
Het begrip diafragma is het best uit te leggen door de vergelijking te maken met de pupil van een oog: als je vanuit een donkere ruimte direct het volle zonlicht inloopt, dan knijp of knipper je altijd eerst even met je ogen. Je pupillen zijn in het donker namelijk helemaal open en het duurt eventjes voordat ze zich helemaal aangepast hebben aan het felle licht en verkleint zijn.
Ons oog regelt de hoeveelheid lichttoevoer dus met de pupil. Fotocamera’s doen dit door middel van een diafragma opening: een gaatje ergens in de lens, dat wijder en smaller kan worden. Hoe wijder het gaatje, hoe meer licht er op de film of de sensor valt. Een diafragma in een lens is opgebouwd uit een aantal lamellen (doorgaan 6 tot 9). Hierdoor is de diafragma opening ook niet helemaal rond. De lamellen kunnen dichter naar elkaar toe en verder van elkaar af, waardoor de grootte van de opening bepaald wordt.
De grootte van de opening wordt aangeduid met het zogenaamde diafragmagetal, of: F-getal. Dit is in wezen afgeleid van de oppervlakte die de diafragma opening heeft. De reeks is als volgt:
1.4 – 2 – 2.8 – 4 – 5.6 – 8 – 11 – 16 – 22 – 32.
Dit zijn de zogenaamde ’stops’, waar ik later nog op terug zal komen. De reeks loopt logaritmisch op, en gaat van grote opening (laag getal) naar een kleine opening (hoog getal). In tegenstelling tot wat je zou verwachten, is 32 dus de kleinste en 1.4 de grootste opening.
Het diafragmagetal kan ook nog andere, tussenliggende, waardes aannemen, maar dat is hier niet van belang. Het getal is terug te vinden in het display van de camera.
Diafragma, scherptediepte en bokeh
De diafragma opening bepaalt niet alleen de hoeveelheid licht die naar de film of sensor wordt geleid, maar ook de scherptediepte. De scherptediepte is de afstand waarbinnen onderdelen van de foto scherp worden weergegeven. Hoe kleiner de opening, hoe hoger deze scherptediepte. Een diafragma opening van 2.8 heeft dus een veel kleinere scherptediepte dan een opening van bijvoorbeeld 11.
Zoals ik hiervoor al schreef, bestaat een diafragma uit meerdere lamellen. Afhankelijk van het aantal lamellen is de opening ronder (veel lamellen) of hoekiger (weinig lamellen). Dit is een van de variabelen die bepalen of een lens een mooi bokeh heeft. Bokeh staat voor de ‘vorm’ die de onscherpte in een foto heeft. Dit is vaak goed terug te zien in onscherpe lichtpunten of glinsteringen op bijvoorbeeld water. Je ziet dan rond of wat hoekigere vormen. Denk maar eens aan een foto waarin kerstlichtjes onscherp te zien zijn. De vorm die je te zien krijgt is de vorm van de diafragma opening. Rondere diafragma openingen geven doorgaans een mooiere en egalere onscherpte dan de hoekigere. Veel goedkopere lenzen hebben dan ook minder lamellen dan hun dure tegenhangers. Het bokeh wordt door nog wel meer variabelen in een lens bepaald (zoals de kwaliteit van het glas), maar het diafragma drukt hier wel de grootste stempel op.
Kortom: het diafragma…
- …bevindt zich in de lens.
- …heeft een bepaalde openingsgrootte die gemeten wordt met het F-getal.
- …bestaat uit meerdere lamellen en is dus niet helemaal rond.
- …wordt in doorsnee kleiner als het F-getal toeneemt.
- …bepaalt de scherptediepte van een foto.
- …bepaalt grotendeels het bokeh van een lens.
De sluitertijd
Bij de meeste camera’s bevindt het diafragma zich in de lens en de sluiter in de camerabody. De sluiter is een gordijn van lamellen dat voor de sensor of film hangt en zo het licht tegenhoudt. Bij het indrukken van de ontspanknop beweegt de sluiter zodanig dat deze op elk punt evenlang open is en de film of sensor een bepaalde tijd belicht wordt. Zo kan de hoeveelheid licht die de sensor of film bereikt worden beheerst.
De tijdsduur waarmee het licht wordt binnengelaten is variabel. Dat kan heel kort zijn, bijvoorbeeld 1/1000e seconde, maar het kan ook enkele secondes of langer zijn. Die tijdsduur heet de sluitertijd. Het geeft dus de tijd aan dat de sluiter open staat.
Zetten we de verschillende tijden achter elkaar, dan hebben we de sluitertijden-reeks:
… 4s – 2s – 1 – 1/2 – 1/4 – 1/8 – 1/15 – 1/30 – 1/60 – 1/125 – 1/250 – 1/500 – 1/1000 – 1/2000 – 1/4000 – …
Ook hier zijn er weer verschillende tussenwaardes mogelijk.
De ’stop’
De overgang van één van de genoemde sluitertijden naar een ernaast genoemde sluitertijd heet een ’stop’. Datzelfde geldt voor de genoemde diafragma getallen. De stop is dan ook de eenheid waarin in de fotografie gewerkt wordt. Men spreekt over verschillen van bijvoorbeeld 1 of anderhalve stop.
Een stop verder open betekent van bijvoorbeeld F/8 naar F/5.6. Die F/ aanduiding staat voor het diafragma. Een stop korter belichten betekent bijvoorbeeld van 1/60e seconde naar 1/125e seconde. De tijd wordt dan dus gehalveerd. Een stop betekent dus altijd een verdubbeling of een halvering, van tijd of van licht.
Licht meten en het ISO getal
Belichten: de combinatie van sluitertijd en diafragma
De film of sensor die in de camera zit moet worden belicht. Dat gebeurt door een combinatie van sluitertijd en diafragma. De combinatie die gebruikt moet worden hangt af van de lichtomstandigheden, de (film-)gevoeligheid (ISO) die gebruikt wordt en wat we willen bereiken op de foto.
Er kunnen in dit kader twee fouten gemaakt worden: teveel licht op de film of sensor (overbelichting) of te weinig licht (onderbelichting).
Licht meten gebeurt doorgaans met behulp van een belichtingsmeter, welke bij de meeste camera’s zit ingebouwd. De belichtingsmeter, en dus de camera, moet eerst worden ingesteld op de juiste (film-)gevoeligheid, de ISO stand. In het analoge tijdperk sprak men over filmgevoeligheid en dit is overgeheveld naar de digitale camera in de vorm van sensor gevoeligheid. De filmgevoeligheid wordt aangeduid met een ISO (vroeger was dit ASA of DIN) getal. Laag gevoelig is bv 50 ISO, dat noemen we een langzame film. Hoog gevoelig is bijvoorbeeld 800 ISO, wat een snelle film wordt genoemd. Ook digitale camera’s kennen deze gevoeligheid. De ISO schaal verloopt als volgt:
… – 50 – 100 – 200 – 400 – 800 – 1600 – 3200 – …
Ook hier is elke stap weer gelijk aan één stop en zijn er tussenliggende waardes mogelijk. Filmcamera’s herkennen vaak de ISO waarde die een filmrolletje heeft en stellen deze automatisch in. Wil je een andere ISO waarde, dan zul je dus je rolletje moeten vervangen. In digitale camera’s kan je op elk gewenst moment de ISO waarde veranderen.
Wat is nu het nut van de verschillende ISO waardes van films en digitale camera’s? Simpel gezegd maakt een hogere ISO waarde de film of sensor gevoeliger voor licht. Er is dus minder licht nodig om een tafereel vast te leggen.
Een voorbeeld:
Waar een foto op een film of sensor van 100 ISO goed belicht is met 1/60e seconde en f/5.6, is deze bij 200 ISO al goed belicht bij 1/125e seconde en f/5.6 (of 1/60e seconde en f/8).
Kortom: een hogere ISO stand of film kan gebruikt worden om kortere sluitertijden te realiseren, of om een kleinere diafragma opening te gebruiken (of beide natuurlijk).
Maar bij deze voordelen komen ook enkele nadelen. Zo betekent een hogere ISO waarde automatisch meer ruis (in ‘t geval van een digitale camera) of een korreliger beeld (bij gebruik van film). De scherpte en het detail van de foto gaan er dus op achteruit. In sommige gevallen wordt dit effect ook juist als doel gebruikt, om bijvoorbeeld een bepaalde sfeer te creëren.
De kunst van het licht meten
Fotograferen is niets meer dan het vastleggen van licht. De hoeveelheid licht die op de film of sensor terecht komt bepaald voor een groot gedeelte de kracht van de foto. Een overbelichte of onderbelichte foto is zelden een succes. Om de juiste belichting te bewerkstelligen zal je het aanwezige licht moeten meten, om vervolgens de juiste sluitertijd en diafragma te kiezen.
Licht meten doe je in normaal gesproken altijd op je onderwerp, dat is immers het belangrijkste deel binnen het beeld. Is alles in het beeld even belangrijk, dan is het zaak er voor te zorgen dat het verschil tussen het lichtste deel en het donkerste deel niet zo groot is, dat het niet meer op je film of sensor terecht komt. Die beperking van het materiaal waar je mee werkt heet de contrast-omvang. Elke film en sensor kan maar een bepaald contrast weergeven. Daarbuiten is het of helemaal zwart, of helemaal wit.
Meer informatie over de beste manier van meten volgt in een later artikel. Nu concentreren we ons eerst nog op de sluitertijden en diafragma instellingen.
Als we het licht gemeten hebben, dan hebben we een eerste uitgangsinstelling; een combinatie van sluitertijd en diafragma. Als voorbeeld ga ik even uit van de combinatie 1/125e seconde en diafragma f/5.6.
Nu is het van belang om te bepalen wat je met de foto wilt bereiken. Wil je een bewegend onderwerp scherp vastleggen, of wil je veel scherptediepte in een foto waar niets beweegt.
In het eerste geval is een korte sluitertijd het belangrijkste. Je zou de sluitertijd dan kunnen verkorten, door het diafragma evenredig veel open te stellen. Bijvoorbeeld 1/250e seconde met f/4.
Om meer scherptediepte te verkrijgen doe je precies het omgekeerde. Je kan dan bijvoorbeeld 1/60e seconde combineren met een diafragma van f/8.
Dit is dus een trucje dat je onder de knie moet zien te krijgen. Het juist inschatten van de beste sluitertijden en diafragma’s komt met de tijd. Je zal merken dat je deze berekening steeds sneller kan maken.
Sluitertijd als prioriteit
Sluitertijd heeft eigenlijk alles met beweging te maken: hoe langer de sluiter open blijft, hoe meer onderdelen van de foto bewogen kunnen zijn. Aan de ene kant kan dit gebeuren doordat de onderwerpen op de foto zelf bewegen, en aan de andere kant doordat de camera bewogen wordt.
Als je niet bewegende onderwerpen scherp vast wilt leggen terwijl je de camera in de hand houdt, dan zal je een sluitertijd moeten hebben die ervoor zorgt dat het beeld niet teveel bewogen is. De stelregel is hier: een seconde gedeeld door de focale lengte van de lens, of korter. Gebruik je een 50mm lens, dan levert dit dus 1/50e seconde of korter op. Hier moet je met je sluitertijd dus rekening mee houden.
Een andere rede om een bepaalde sluitertijd te kiezen kan het bewegen van een onderwerp zijn: of je wilt een bewegend onderwerp ‘bevroren’ vastleggen, of je wilt juist het tegenovergestelde; beweging op de foto. Afhankelijk van de beweging zal je dan een geschikte sluitertijd moeten kiezen. Dit vereist uiteraard de nodige oefening.
Diafragma als prioriteit
Zoals eerder gemeld bepaald de opening van het diafragma de scherptediepte en de mate van onscherpte van de voorgrond of achtergrond. Als je zowel de voorgrond als de achtergrond gestoken scherp wilt hebben (zoals in landschapsfotografie), dan moet je dus een kleine diafragma opening (groot getal) aanhouden.
Het omgekeerde kan ook het geval zijn: je wilt een onderwerp isoleren uit de omgeving, door de voor- en/of achtergrond onscherp te maken. Je hebt dan een grote diafragma opening (klein getal) nodig.
Daarnaast heb je natuurlijk altijd nog de beperking van de lens. Deze kan maar tot een bepaalde waarde geopend worden. Een 24-70mm f/2.8 kan een maximale opening van f/2.8 aanhouden, terwijl een 70-200 f/4 een maximale opening van f/4 heeft.
ISO waarde als hulpmiddel
Het kiezen van sluitertijden en diafragma openingen is vaak ook het sluiten van compromissen, zeker als je een kleine diafragma opening wilt combineren met een korte slutiertijd. Het verhogen (of verlagen) van de ISO stand (of het vervangen van de film, als je een analoge camera gebruikt) kan dan uitkomst bieden. Daar komt dan mogelijkerwijs wel weer een nieuw compromis bij: ruis.
Conclusie
Al deze instellingen en de toepassing hiervan vergen de nodige ervaring. De enige manier om dit goed onder controle te krijgen is het in de praktijk te oefenen. Vooral veel fotograferen dus.
Twee belangrijke ‘regels’:
- In geval van beweging; als het stil moet staan of juist moet bewegen: denk dan eerst aan de sluitertijd.
- In geval van scherpte; als er nu veel scherptediepte moet zijn, of weinig: denk eerst aan het diafragma.
In een volgend artikel zal nog verder ingegaan worden op de diverse technieken van het licht meten.

Reacties
11 mei 2007
margot zegt:
Quote:
Om meer scherptediepte te verkrijgen doe je precies het omgekeerde. Je kan dan bijvoorbeeld 1/60e seconde combineren met een diafragma van f/4.
Is dit een typfoutje…?
Ik denk dat je diafragma f/8 bedoelt om dezelfde belichting te houden als 1/125 met f/5.6?
Toch….?
13 mei 2007
Martijn zegt:
Bedankt voor je reactie Margot. Het was inderdaad een typefoutje en ik heb het meteen even aangepast in het artikel.
Dankjewel!
23 mei 2007
Jan zegt:
Heb me net een digitale SLR camera aangeschaft. Een van de redenen was het kunnen ’spelen’ met sluitertijd en diafragma om speciale effecten te creeren. Jouw uitleg hierover is perfect en ‘to the point’. Net wat ik nodig heb daar de bijgevoegde handleiding (bij camera) hier vrij beperkt in is.
29 mei 2007
Aart Smink zegt:
Hallo Martijn
Diafragma, scherptediepte en bokeh
De diafragma opening bepaalt niet alleen de hoeveelheid licht die naar de film of sensor wordt geleid, maar ook de scherptediepte. De scherptediepte is de afstand waarbinnen onderdelen van de foto scherp worden weergegeven. Hoe kleiner de opening, hoe hoger deze scherptediepte. Een diafragma opening van 2.8 heeft dus een veel kleinere scherptediepte dan een opening van bijvoorbeeld 11.
Omdat ik er van uit ga dat 2.8 kleiner is dan 11 zou de scherptediepte bij 2.8 toch groter moeten zijn?? Of maaak ik een vergissing?
Groet Aart
29 mei 2007
Martijn zegt:
Beste Aart,
een [b]kleiner[/b] diafragma getal staat voor een [b]grotere[/b] diafragma opening. Dat is inderdaad even verwarrend en ik zal het in de tekst nog wat duidelijker presenteren. Bedankt voor je reactie!
12 juli 2007
Hendrik Schokker zegt:
Goede uitleg hier. Ik zit echter met een vraagje. Als ik op mijn analoge nikon f80 een lens zet (bijv een tokina 28-85) dan kan mijn camera niet meer zelf de belichting uitzoeken. (normaal gebruik ik vaak stand a waarop ik zelf het diafragma getal kan kiezen, en er een passende sluitingstijd word bijgekozen.)
Wat zou hier de oplossing voor zijn, of is het mogelijk om zelf de sluitertijd en diafragma te kiezen?
2 december 2007
aad rodenburg zegt:
bedankt voor de heldere uitleg ik doe voor de aquariumvereniging de keuring fotogafisch verslaan ik deed dat altijd op de automaat maar als je de flitser eer bij nodig hebt gaat dat niet ik doe nu alles met de hand en dat gaat stukken beter ik heb een nikon d1x met een d80dx flitser
hg aad rodenburg
16 december 2007
Carry zegt:
Via een “collega” van footo.nl op jouw artikel gekomen. Dit omdat ik 2 weken geleden een Canon Eos 400D heb aangeschaft en alles moet leren. Uitleg is helder en duidelijk. Hier kan ik veel mee. Dank je wel. Nu ga ik verder en gerichter met leren en en heel veel oefenen.
Carry
http://www.carrypremsela.nl
12 april 2008
Boyd zegt:
Martijn,
Sinds enkele weken beschik ik over een digitale camera. Met de info op deze site kan ik gerichter experimenteren met diafragma- en sluitertijdinstellingen. Vind het nog wel lastig om de kennis toe te passen, dat komt vanzelf. Inmiddels heb ik de nodige foto’s gemaakt zonder gebruik te maken van de volledige auto-stand. Ik merk dat ik het leuker vind om zo te fotograferen dan om de camera al het werk te laten doen. Iedereen kan foto’s maken, echt fotograferen is weer iets anders. Jouw site kan me daarin goed op weg helpen.
Boyd
19 april 2008
Sfn zegt:
Tof , hele mooie uitleg, goed in detail. Bedankt om dit artikel te publiceren. Ik wil nog even kijken of ik het artikel over ISO ook vind op jouw site. Misschien steek ik er nog wel wat van op. Groeten Sfn.
30 april 2008
Sven zegt:
Hey Martijn, top uitleg. Net een nikon D40 kit (18-55) gekocht. Leuke instapper om met sluitertijden en diafragmagetallen te spelen. En dat lukt al aardig goed mede dankzij jou uitleg. ik heb je uitleg zelfs uitgeprint voor onderweg
TOP. keep up the good work.
Sven
21 juni 2008
umberto zegt:
Hallo Martijn, dank je wel voor je duidelijke uitleg van dit voor mij altijd weer lastige maar essentiele onderdeel van de fotografie. Ik ben nu eenmaal liever met m’n onderwerp bezig en vergeet vaak (en liever) de technische kant van het verhaal.
Nog even dit: “Een diafragma in een loens is ……” 2e alinea van Het Diafragma.
Groetjes van Umberto.
23 juni 2008
Christian zegt:
Dag Martijn,
Onlangs een Canon 40D gekregen en ondanks de NL handleiding kon ik er geen kanten mee op!
Probleem is dat veel mensen de kennis bezitten maar deze niet kunnen overbrengen aan leek.
Door je glasheldere uitleg is het voor mij veel duidelijker geworden en wil je zeer graag hiervoor bedanken.
Houden zo, groetjes,
Christian
8 juli 2008
arnold zegt:
Beste martijn,ik heb voor 3 maanden terug de panasonic fz8 gekocht,
maar als je 58 jaar bent gaat het je boven je pet ,jammer van de centjes.
17 juli 2008
ed zegt:
ik heb sinds kort de fujifilm finepix s1000fd gekocht, ligt prima in de hand en ben er zeer tevreden mee.als ik hem op automatisch zet ben ik dan zeker dat de foto`s altijd scherp zijn ?.en als ik de iso waarde op 64 zet is dat de beste stand voor scherpe foto`s of heb ik het mis?.groetjes ed.succes met je site erg handig !.
17 juli 2008
ed zegt:
beste martijn, als ik tegen de zon in foto`s maak krijg ik een overbeligt beeld, terwijl er in de beschrijving staat dat je zonsopkomst en zonsondergang kunt fotograferen , doe ik iets fout?
alvast bedankt.
22 juli 2008
Antoine zegt:
Hallo,
Ik ben geinteresseerd in de theoretische (natuurkundige) verklaring dat de scherptediepte toeneemt bij een kleiner diafragma? Komt het doordat bij een kleiner diafragma hoofdzakelijk rechte lichtstralen door worden gelaten….of heeft het met de bolling van de lens te maken…..?
Al zovast bedankt.
M.vr.gr.
Antoine
3 oktober 2008
ron zegt:
hoi Martijn
zeer goede uitleg wat ik mij afvraag weet jij of heb jij een titel van een boek basis fotografie misschien wel een studieboek welke deze en andere kwesties als wat jij uit hebt gelegd ook overzichtelijk doet
En dan bedoel ik niet de talloze boeken van easy computing en andere .
Deze boeken gaan juist heel snel voorbij aan het gene wat jij beschreven hebt en gaan al snel over op bewerken Raw etc
Maar ik wil eerst de basis tot misschien wel vervelends toe uitgelegd hebben vandaar misschien een studieboek
alvast bedankt en geweldig dat je zoveel energie hier insteekt voor andere
gr ron
3 oktober 2008
Martijn zegt:
@Ed: Wanneer je recht tegen het zonlicht in fotografeert, zoals bij een zonsopkomst of -ondergang, heb je enorm hoge contrasten (fel zonlicht, donkere schaduwen). Je zal dan moeten kiezen of je de schaduwen wilt laten zien (de het lichte deel overbelichten), of het lichte deel goed weer wilt geven en dus de schaduwen helemaal zwart te laten worden. De enige manier om daar onderuit te komen is door een High Dynamic Range (HDR) techniek toe te passen.
Als je iets heel licht maar net niet overbelicht wilt weergeven, dan kan je hier het beste je licht op meten, en dit vervolgens twee stops langer belichten dan wat de lichtmeter voorstelt.
@Ron: Ik heb niet direct een titel voor je. Maar ik zou gewoon even in de betere boekhandel, of de bibliotheek, door wat boeken bladeren. Dan zie je denk ik gauw genoeg of het voldoende van de basis fotografische kennis behandeld.
11 oktober 2008
iris zegt:
Hey ik heb nog een tip over het diafragma. Veel mensen vinden het verwarrend dat een klein getal een grote opening aan geeft. Als je nou eens niet naar de opening kijkt maar naar de afsluiting. Je ziet dan dat een klein getal een kleine afsluiting betekent (dus een groot oppervlak waar het licht door heen kan vallen). En een groot getal geeft aan dat er een grote afsluiting is (dus een klein oppervlak waar het licht door heen kan).Dit heeft mij in ieder geval erg geholpen.
28 november 2008
Marc zegt:
Ik kon het nog niet voor me zien, maar de plaatjes http://www.goldfries.com/images/digitalphotography/dslrbeginnerssapiso/dslrbeginnerssapiso_aperturesizes.jpg en http://www.goldfries.com/images/digitalphotography/dslrbeginnerssapiso/dslrbeginnerssapiso_aperture.jpg maakten het mij duidelijk.
6 december 2008
Frits zegt:
Hoi Martijn,
Ik vroeg me af of je mij ( ik ben nogal een leek ) kon uitleggen hoe ik op de eos 350D de sluitertijd en diafragma kan verstellen?
Alvast bedankt,
Mvg,
Frits
30 december 2008
A.M. de Wit zegt:
Dank u wel voor de duidelijkheid. Heb een Nikon D200, ga volgende maand voor 6 maanden naar Peking welke lenzen moet ik aanschaffen voor een goed resultaat. De kit lens beweegt en nu ik wat verder ben wil je meer.Kan ik beter de lenzen in China kopen. Wel Nikon lenzen mag wat kosten.
de Wit
7 februari 2009
anita zegt:
bedankt voor de heldere uitleg!!!
13 februari 2009
Blacksheep zegt:
Hier heb ik veel van geleerd. Dank voor de uitleg
28 maart 2009
Claessens Marcel zegt:
Hallo Martijn
Ik heb een canon 450d gekocht vooral om fotos te maken van rallycross welke sluitertijd en welk diafragma kan men het best instellen ( kom moeilijk uit aan de uitleg hierover
Heb en ef 70-200mm 1:4 usm lens en een af 55-200 mm 1: 4-5.6 lens.
Met vriendelijke groeten
Marcel
3 juni 2009
Ida zegt:
Hoi Martijn,
Bedankt voor de duidelijke uitleg.
Is er al een volgend artikel over het meten van LICHT?
mvg,
Ida
12 juni 2009
R.Bekker zegt:
Bedankt voor u uitleg , daar ik een beginner bent is het raadzaam om met belichting en
diafragma te stoeien.Ik werk met een canon 400d met een 1.7-85
Graag meer tips zeker op fotograveren van natuur
Groetjes R.B
17 juni 2009
Peter zegt:
Hallo Martijn,
ik kreeg van mijn vrouw een Canon EOS1000D als jubileumscadeau voor onze huwelijksverjaardag.Een droom van een instaptoestel maar hopeloos om via de handleiding te werken, zeker als hulpeloze leek.
Dankzij je professionele uitleg lukt het me ieder dag om betere foto’s te maken en begin ik de combinatie sluitertijd-diafragma al aardig onder de knie te krijgen.Hartelijk dank voor de perfecte verklaringen.Het heeft even geduurd om een weblog te vinden die zo verhelderend is.
12 januari 2010
Edwin Witsenburg zegt:
Martijn,
Dit was een leuke en heldere toelichting. Ik had deze theorie in het verleden allemaal al wel een keer doorgenomen maar dit is toch een leuke (en vooral compacte) samenvatting.
Bedankt!
7 januari 2011
Tom zegt:
Sluitertijd en diafragma blijft een moeilijk gegeven voor velen. Gelukkig is de uitleg erover goed te begrijpen! Bedankt!
6 maart 2011
Roel Borst zegt:
Hallo Martijn
Ik heb pas een NICON D80,Hoe kom ik er nou achter het juiste diafragma en iso waarde getal gecombineerd te kiezen in de A stand om de juiste foto te kunnen maken,
graag je reaktie
Roel
25 mei 2011
John zegt:
Beste Martijn,
Ik heb nooit wat begrepen van diafragma, sluitertijd en het hoe en wat betreft ISO. Maar door jou begrijp ik het eindelijk. Hartelijk dank !
John
29 juni 2011
Pepijn zegt:
Bedankt martijn voor deze heldere uitleg.
Wil beginnen met fotograferen maar nooit de begrippen echt begrepen. Nu is het allemaal duidelijk (zal tuurlijk nog even moeten nadenken erbij tot het allemaal automatisch gaat). Simpele voorbeelden enzo.
Top!