Uitstapje: Amstel Gold Race

Afgelopen weekend bevond ik me voor het eerst in jaren weer eens op mijn geboortegrond voor de uitstekende combinatie van familiebezoek, de Amstel Gold Race en asperges, veel asperges! Een leuk uitstapje dus. Ook op fotografisch vlak, want in de wetenschap dat we we renners verspreid over de dag op drie punten langs konden zien komen was het een uitgelezen kans om deze vorm van sportfotografie eens uit te proberen. En dat was dan weer leuk én leerzaam. 

Sportfotografie is niet echt mijn ding. Het spreekt me niet enorm aan en ik heb ook niet het gevoel dat ik er een talent voor heb. Desondanks heb ik in mijn verleden als wedstrijdzwemmer wel de nodige zwemwedstrijden en zwemmers gefotografeerd met aardige beelden tot gevolg (mijn ervaring als zwemmer hielp bij de timing van foto’s). Wat ik wel geweldig vind is de combinatie van sportfotografie met studio fotografie: het vastleggen van de actie in een (enigszins) kunstmatige setting met flitslicht. Enfin, lang verhaal kort: ik heb nog nooit een wielerevenement gefotografeerd, laat staan een wedstrijd als de Amstel Gold Race.

Vorige week had ik al wat nieuwe ervaringen met sportfotografie opgedaan bij de Marathon van Rotterdam. De Amstel Gold Race was dan ook een prima moment om die nieuwe ervaring nog even voort te zetten door (letterlijk) tussen de gangen van de aspergemaaltijd door de renners te fotograferen.

De eerste doorkomst is op vlak terrein, net voor een afdaling. Natuurlijk komt ook voor deze sportfotografie mijn algemene ervaring van pas: ik zoek een plek op met zo gunstig mogelijke lichtval – liefst even na een bocht zodat er enige dynamiek in de foto komt – en neem voldoende afstand zodat ik in het 140-400mm (70-200 met extender) bereik kan werken. Ik doe een paar lichtmetingen, stel de camera overeenkomstig in, stel de AF in op de juiste servo-stand en zet de motordrive aan. En dan is het wachten…

De vroeg gevluchte kopgroep komt de hoek omzetten met Timo Roosen (Team Lotto-Jumbo) op kop, gevolgd door Laurens de Vreese, Jan Polanc, Mike Terpstra, Johann van Zyl en Linus Gerdemann. Ik stel scherp, probeer een compositie te vinden en volg de langs flitsende renners terwijl het klak klak klak klinkt in mijn camera. En dat was het dan. Het is wederom wachten, maar nu op het peloton. Vanaf het moment dat de renners de hoek omkomen pik ik er steeds een of enkele renners uit om te volgen; steeds dezelfde routine. Hieronder een kleine selectie van die resultaten.

Na de eerste portie Limburgse asperges van het seizoen (het onbetwiste hoogtepunt van de dag!) wandelen we weer naar de volgende doorkomst, welke ditmaal bergop zal zijn. Ik zoek een plek met een interessant verloop van de weg en doorloop de instellingen nogmaals. Dezelfde groep heeft nog steeds de leiding en ik weet ze klimmend vast te leggen. Helaas was bij de aankomst van het peloton het beeld onttrokken door de voorop rijdende wagens en motoren. De paar renners die ik eruit wist te lichten waren dermate geïsoleerd in beeld dat ik het resultaat als sportfoto niet bijster interessant vond.

De derde en laatste doorkomst was net na een klim op een licht stijgend plateau. Hier stond ik redelijk kort op de bocht, waardoor ik met de 70-200 ook zonder de extender voldoende bereik had. Hieronder wederom een kleine selectie van de resultaten van de tweede en derde doorkomst.

Nadat alle renners waren gepasseerd en ik mijn camera weer had opgeborgen merkte ik dat ik een wat onbevredigd gevoel had overgehouden aan het fotograferen. Het was voorbij voor ik het wist en ondertussen had ik zo goed als niets meegekregen van het moment zelf of de sfeer van de Amstel Gold Race. Bovendien voelde het alsof ik amper iets anders gedaan had dan een knop ingedrukt houden, ondertussen hopende dat hèt shot ertussen zou zitten. En dat was nou net het vooroordeel over sportfotografie waarmee ik de dag begonnen was. En de wetenschap dat er om mij heen nog een aantal – van hesjes voorziene – sportfotografen stonden om exact dezelfde (nouja..) foto’s te schieten hielp ook niet in mijn beleving.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de ervaring waardeloos was, integendeel. Ik merk dat de snelheid waarmee ik geacht werd te handelen mijn concentratie volledig op scherp zette (zie hier de rede waarom ik dus niets meekreeg van het moment van passeren). Snel en intuïtief je camera kunnen bedienen en handelen is vereiste nummer één in de sportfotografie en een kunde die überhaupt geen kwaad kan – in welke fotografische discipline dan ook. Iedere gelegenheid waarop ik die snelheid van handelen kan verhogen is dan ook mooi meegenomen. Een paar aanvullende ervaringen:

  • Lange brandpuntsafstanden zijn echt een must: alleen dan krijg je de mogelijkheid om een renner lang genoeg te volgen om nog echt iets wezenlijks met de compositie te kunnen doen. Wat dat betreft kon ik met 400mm beduidend beter uit de voeten dan met 200mm.
  • Zicht op een bocht helpt om te voorkomen dat auto’s en motoren prominent in beeld voor de renners uit blijven rijden. Ik had wel stilgestaan bij het eerder genoemde dynamische effect van een bocht, maar niet over het nut van een bocht als ‘uitgang’ van de voorop rijdende voertuigen.
  • Man, man, man wat zijn asperges toch lekker!

En dan de hamvraag: ben ik sportfotografie nu leuker gaan vinden? Leuker wel, maar ik kon er nu simpelweg onvoldoende m’n creatieve ei in kwijt. Ik denk dat ik een volgende keer ook andere dingen vast zou leggen. Volgende keer ja, want ik vond het als uitstapje in de fotografie zeker voor herhaling vatbaar.

PS: de oplettende kijker kan op de foto’s naast de genoemde renners uit de kopgroep onder andere ook Bram Tankink, Vincenzo Nibali, en Johnny Hoogerland herkennen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.