Het is een hot topic in de fotografie wereld: het gebruik van Photoshop in de deze relatief jonge kunstvorm. De discussies concentreren zich vooral rond de ethische aspecten van het gebruik van Photoshop. Eens in de zoveel tijd wordt ook ik persoonlijk geconfronteerd met deze discussie. Ik heb een duidelijke mening over het gebruik van Photoshop in de fotografie en vond het na weer een nieuwe discussie hoog tijd worden om deze eens helder uit te schrijven.

Ik zal direct met de deur in huis vallen:

Ik ben een voorstander van het gebruik van foto bewerking programma’s zoals Photoshop in de fotografie kunstvorm.

Ik heb het hier bewust over ‘foto bewerking programma’s‘ en niet enkel over het Photoshop pakket van Adobe. Er zijn immers vele softwarepakketten waarmee men eenzelfde bewerkingen kan uitvoeren als met Adobe Photoshop; ‘photoshoppen’ is echter ingeburgerd als de verzamelnaam voor het grote scala aan digitale bewerkingen dat men op beeldmateriaal kan uitvoeren. Dit stuk is dus van toepassing op al die verschillende software oplossingen. Verder heb ik het expliciet over ‘de fotografie kunstvorm‘. De in dit stuk gepresenteerde opinie is daarom niet van toepassing op de fotojournalistiek.

De uitzondering: Journalistiek

Zonder in te gaan op de definitie van ‘kunst’, mag het duidelijk zijn dat er een duidelijke streep getrokken kan worden tussen fotografie als kunstvorm en fotografie als middel om een (journalistiek) verhaal te vertellen. In het laatste geval spelen ook belangrijke ethische belangen mee; de foto’s worden gebruikt als illustratie bij artikelen (in kranten, tijdschriften, etc.) en worden daardoor gebruikt om de lezer en kijker iets te vertellen. De context en invalshoek van de kijker bepaalt welk verhaal hij of zij daaruit put. De gevolgen daarvan kunnen vergaand zijn. Ik vind dat er binnen de fotojournalistiek niet op zodanige wijze van software gebruik gemaakt mag worden, dat het verhaal gemanipuleerd wordt. Dat betekent dat handelingen als het lichtelijk verhogen van contrast, of het aanpassen van de belichting nog wel in orde zijn, maar het kopiëren of verwijderen van elementen binnen de foto dus niet.

De oppositie

Ik heb zojuist al mijn eigen mening kort samengevat en kom daar zo nog uitgebreid op terug, maar wil eerst even schetsen wat de tegenstanders van ‘photoshoppen’ over het algemeen zeggen. Meestal gaat het over het feit dat beelden, en met name natuurlijke taferelen, zodanig gemanipuleerd worden, dat het eindresultaat er niet meer mee overeenkomt. De natuurlijke schoonheid zou zo ‘verloren gaan’. Vaak ziet men dergelijke foto’s daarom ook niet meer als foto’s, maar als de eindresultaten van een software pakket. Een fotograaf die zich aan photoshoppen schuldig maakt, is volgens sommigen geen ‘echte fotograaf’ of kunstenaar.

Kunstvorm

Fotografie is een bijzonder moderne kunstvorm, het bestaat immers nog geen 200 jaar. Maar het feit dat het voor velen bedreven wordt als kunst is een erg belangrijk uitgaanspunt in deze discussie. Bij kunst gaat het namelijk niet om een zo correct mogelijke representatie van de werkelijkheid, maar om een vorm van expressie, namelijk die van de eigen visie. Natuurlijk kan fotografie ook gebruikt worden om een tafereel uit ‘de werkelijkheid’ zo goed mogelijk vast te leggen, maar voor velen is dat niet het uitgangspunt.
Bij de creatie van kunst is het (meestal) zo, dat de maker zijn kunstwerk vormt naar het beeld dat hij zelf in zijn hoofd heeft. Een fotograaf zal dus vooral beelden creëren die hij zelf voor ogen heeft en voldoen aan zijn eigen smaak. Smaak is persoonlijk en de beoordeling van kunst is dus veelal subjectief. Of een willekeurige buitenstaander het eindresultaat ook mooi, interessant of acceptabel vindt, is niet relevant. Die buitenstaander zou de kunstenaar (c.q. fotograaf) echter nooit persoonlijk aan mogen vallen op basis van de subjectieve beoordeling van diens kunstwerken. Zo is het ook met Photoshop; in mijn optiek moet een fotograaf altijd vrij zijn om zijn eigen beelden te creëren, ook als hij daarbij van software gebruik maakt.

Manipulatie pur sang

De ‘kunst van het weglaten’ is een gevleugelde uitspraak in de fotografie. Het duidt op het feit dat beelden waarop slechts een of enkele objecten geïsoleerd zijn weergegeven vaak interessanter zijn dan beelden waarop het gehele omvattende tafereel eveneens te zien is. De beelden roepen dan immers vragen op en men kan gemakkelijker een boodschap overbrengen wanneer het beeld een duidelijk onderwerp heeft. Feitelijk gaat het hier dus al om een manipulatie van wat er in de werkelijkheid waarneembaar is.
Deze manipulatie is niet alleen van deze tijd, maar ligt eigenlijk verankerd in de kunstvorm fotografie zelf. In het ‘analoge tijdperk’ kon men immers al op een hoop manier het beeld manipuleren. Denk maar aan de keuze van het camerastandpunt, de brandpuntsafstand van de gebruikte lens of het gebruik van (kleuren-, polarisatie-, ster-) filters. Nog duidelijker wordt het als je ook de gebruikte film (zwart-wit, infrarood, kleur, kunstlicht, enzovoorts) en de techniek bij het ontwikkelen en afdrukken in ogenschouw neemt.
In die periode werd er niet geklaagd dat een infrarood-opname geen exacte weergave van de werkelijkheid was. Evenmin zag de mens toen landschappen in zwart-wit. Niemand klaagde over de zwart-wit en infrarood opnamen van Ansel Adams, maar vreemd genoeg wordt er nu wel geklaagd over het gebruik van photoshop om een foto een infrarood-look te geven. Het enige verschil is het middel waarmee het resultaat bewerkstelligd wordt: film versus software. De originele intentie is echter in beide gevallen gelijk, en dat is waar het om gaat: het creëren van een beeld, zoals de maker dat oorspronkelijk voor ogen had.

Eigen stijl

Elk van de oude meesters in de schilderkunst hadden een eigen, unieke stijl. Datzelfde geldt ook voor veel fotografen uit het film-tijdperk. Een aspect van digitale camera’s dat men vaak over het hoofd ziet, is dat de fotograaf niet langer een persoonlijke stijl aan zijn foto’s kan meegeven door een bepaalde filmsoort te kiezen, of zijn foto’s op een afwijkende manier te ontwikkelen en afdrukken. Voorheen had elke fotograaf wel een voorkeur voor bepaalde filmsoorten, terwijl vandaag de dag de sensors van digitale camera’s een veel beperktere variëteit aanbieden. Toch zijn er ook nu, in het digitale tijdperk, een hoop fotografen met een eigen, herkenbare stijl. Het antwoord op de vraag hoe dat komt is simpel: buiten een verschil in de techniek en wijze van fotograferen die gehanteerd wordt, gebruiken de meeste van hen ook een programma als Photoshop om hun foto’s een bepaalde uitstraling te geven.
Het hebben van een eigen stijl is bovendien essentieel om je als fotograaf te kunnen verkopen. Opdrachtgevers hebben immers ook verschillende opvattingen over wat mooi of interessant is en zullen de fotograaf kiezen die daar het beste bij aansluit of het meest geschikt voor is om die visie te verbeelden. Door een eigen stijl te hanteren, kan je je als fotograaf onderscheiden van ‘de rest’; doorgaans zal je publiek jou en jouw materiaal eerder onthouden dan het onbewerkte, stijl-loze materiaal van een willekeurige andere fotograaf.
Zou het niet enorm saai worden als alle fotografen ter wereld hier plotseling mee zouden stoppen, en enkel de onbewerkte foto’s zouden publiceren?

Waar men vroeger hulpmiddelen als filters, filmen en de werkwijze in de donkere kamer gebruikte om tot een bepaald eindresultaat te komen, is het nu de software waarmee men het beoogde eindresultaat tot stand brengt. Photoshop is in die zin niet meer dan verlengstuk van de digitale fotografie, zoals eerdergenoemde hulpmiddelen dat voor de analoge fotografie waren.

Digitale Kunst

Eerder in het artikel sprak ik bewust over het verbeteren van ‘goede foto’s‘. Er is immers een verschil tussen het gebruik van software als verlengstuk van fotografie en het gebruik van software als vervanging voor fotografie. In dat laatste geval is er mijns inziens geen sprake meer van fotografie, maar wellicht van een andere, nieuwere kunstvorm, welke ik voor het gemak even ‘digitale kunst’ (Digital Art) noem.
Wanneer er vergaande Photoshop-acties moeten worden uitgevoerd om een foto te verbeteren, dan is er mijns inziens sprake van technisch slechte foto. Ik heb natuurlijk geen bezwaar tegen het wegwerken van stukjes stof of een storend takje dat nog net het beeld inkruipt. Ook vind ik het prima als een foto van meer contrast wordt voorzien, de belichting iets wordt aangepast, of de kleuren wat bijgesteld. Bij het bewerken van mijn eigen materiaal hou ik me echter verre van het wegwerken van volledige gebouwen of personen, of het geheel vervangen van kleuren.

Tussen de ‘onbewerkte fotografie’ en ‘digitale kunst’ ligt natuurlijk een grijs gebied, waarbij de vraag wanneer een foto nog een foto is centraal staat. Het antwoord op die vraag is subjectief, maar eigenlijk doet het er helemaal niet toe. Zolang het geen product met enige journalistieke functie of ethische bezwaren betreft, is de kunstenaar wat mij betreft volledig vrij om het kunstwerk te creëren dat hij voor ogen heeft.

Om een lang verhaal kort te maken: ik creëer de foto’s die ik zelf wil maken. Ze hebben een stijl en uitstraling die mij zelf aanspreekt en dat is naast enkele esthetische of vertellende aspecten de rede dat ik dergelijke foto’s als eindresultaat produceer. Ik ben mij ervan bewust dat er mensen zijn die mijn stijl absoluut niet aan zullen spreken en er wellicht zelfs van walgen, om een recente criticus aan te halen. Dergelijke opmerkingen zullen me er echter nooit van weerhouden om de foto’s die ik nu maak te blijven maken. Natuurlijk gebruik ik wel input en kritiek om mijn fotografie verder te verbeteren, maar daarvoor heb ik een intrinsieke motivatie. Ik heb namelijk een eigen visie en beoog die zo goed mogelijk in beeld uit te drukken. Die visie verandert bovendien continu, en mijn stijl zal daarom ook mee veranderen. Het is en blijft echter altijd mijn eigen visie die aan de oorsprong ligt van de beelden die ik produceer en ja, daar gebruik ik software als Photoshop Lightroom voor.