Gekleurde huizen op CuracaoAls er een manier is om het hoofdeiland van de Nederlandse Antillen, Curaçao, te omschrijven, dan is het wel aan de hand van de vele tegenstellingen die het kent. De geschiedenis en de typische kenmerken van het bestuurlijke hoofdeiland van de Nederlandse Antillen in een notendop.

Allereerst een stukje over de natuurlijke en koloniale geschiedenis van Curaçao, gevolgd door de vele tegenstellingen zoals ik die zelf ervaren heb in de twee weken op het eiland.

De geschiedenis van Curaçao

Van 5 kilometer diepte naar 375 meter hoogte

Bodemonderzoek heeft uitgewezen dat de lokatie van Curaçao zo’n 90 miljoen jaar geleden niet meer dan een 5 kilometer diepe oceaan herbergde. Door onderzeese vulkanische activiteit is de bodem beetje bij beetje omhoog gestuwd, met uiteindelijk het eiland Curaçao als gevolg. De ontwikkeling van het eiland is nog altijd gaande en in theorie zal Curaçao ooit verbonden kunnen raken met het vaste land van Venezuela. Hugo Chavez kijkt er ongetwijfeld al met spanning naar uit.

De oudste kern van het gesteente dat het eiland Curaçao gevormd heeft bestaat uit lava gesteente. Dit lava gesteente is echter al zo oud en aan zoveel invloeden blootgesteld, dat het niet direct herkenbaar is als zodanig. Onderzoek van dit gesteente heeft aangetoond dat het ontstaan is bij onderzeese vulkanische activiteit.

Op deze vulkanische ondergrond ligt een volgende laag van gesteente, de zogenaamde ‘Knip groep’. Opvallend aan dit gesteente zijn de diverse lagen die het in het landschap heeft aangebracht. Deze lagen zijn gevormd door stralendiertjes (‘radiolaria’); microscopische zeedieren, die een overwegend planktonisch bestaan leiden, wat inhoudt dat ze zich door zeestromen laten leiden. Deze radiolaria hebben een miniscuul scelet van silica, in tegenstelling tot de calciumverbindingen waar de skeletten van de meeste zeedieren uit opgebouwd zijn. Silica is een zeer hard materiaal, een stuk harder dan calciumverbindingen, hetgeen tot het zeer harde gesteente in de hoogste regionen van het eiland geleid heeft. De hardheid van deze rotsen heeft er ook voor gezorgd dat de rotsen van de Knip formatie een stuk minder snel eroderen dan die van het zachtere lava gesteente.

De verschillende lagen van de Knip formatie zijn feitelijk de overblijfselen van de verschillende generaties van de genoemde stralendiertjes. Gedurende de vulkanische activiteit kwamen er zoveel minerale vrij dat de stralendiertjes zich in hoog tempo konden vermenigvuldigen; zoveel zelfs dat al de mineralen in hoog tempo werden opgebruikt en de diertjes plotseling in grote getalen stierven, wat een immens dikke laag van skeletten tot gevolg had. Dit proces herhaalde zich verschillende malen, met het huidige gelaagde als gevolg.

De buitenzijde van het eiland bestaat voor het grootste deel uit koraalkalk; kalk dat gevormd is door de overblijfselen van koraal, wat opgebouwd is uit de eerder genoemde calciumverbindingen. In de loop der tijd heeft de zee verschillende grote inhammen in dit koraalkalk aangebrach. Daarvan is het Schottegat, waar Willemstad omheen gevormd is, de grootste van het eiland en volgens velen zelfs van de wereld.

Van indianen tot kolonie en politieke autonomie

De eerste sporen van menselijke activiteit op het eiland stammen af van de periode tussen 3480 en 2325 voor Christus. Het gaat daarbij om kleine artefacten die wijzen op de aanwezigheid van zogenaamde meso-indianen. Daarnaast zijn er nog resten van aardewerk uit de periode tussen 450 en 1405 na Christus gevonden. De indianen die tegen het einde van de 15de eeuw op Curaçao leefden worden gerekend tot de Taino. Zij leefden in kleine dorpen tot ongeveer 40 inwoners, welke vooral rond de zuid- en westkust te vinden waren.

Curaçao werd in 1499 ontdekt door de Spanjaard Alonso de Ojeda. De Taino werden vervolgens als slaven afgevoerd naar Hispaniola en de Spanjaarden vestigden zich vervolgens definitief in 1527, waarbij ze veel uitheemse flora en fauna naar het eiland brachten. Uiteindelijk nam het aantal Spanjaarden op Curacao weer geleidelijk af en het aantal Taino weer langzaam toe. De Spanjaarden gebruikten Curaçao vanaf dat moment vooral als grote veehouderij en zij woonden vooral rond Santa Barbara en Santa Ana, waar de Taino verspreid over het hele eiland leefden.

In 1634 tekende de West-Indische Compagnie (WIC) de overgave met de Spanjaarden bij San Juan. Het grootste deel van de aanwezige bevolking werd door de Nederlanders naar Venezuela gebracht en slechts zo’n 30 Taino-gezinnen mochten op het eiland blijven wonen. Curaçao was door de West-Indische Compagnie gekozen vanwege de gunstige positie als uitvalsbasis voor handel en koopvaart en het feit dat het de beste haven van het Caraïbisch gebied had. Naast dat alles werden Curaçao en Bonaire ook gebruikt als bron voor zout, middels de zoutpannen op de eilanden.

Vanaf 1634 begon men met de bouw van forten rond de Sint Annabaai, waaronder de bouw van het Fort Amsterdam op Punda, van 1635 tot 1636. De Spanjaarden hebben nog een poging ondernomen om Curaçao terug te winnen, maar hun (sterkere) vloot dreef door een storm af en heeft Curaçao nooit weten te bereiken.

De West-Indische Compagnie stelde Curaçao uiteindelijk ook open voor Europeanen die zich hier wilden vestigen om landbouw te bedrijven. Rond 1650 werden op Curaçao de eerste plantages aangelegd, waaronder Hato, Savonet, Santa Barbara, Santa Maria en Piscadera. Een deel van de gevormde plantages bleef in het bezit van de West-Indische Compagnie.

De slavenhandel van de WIC begon in 1665. De West-Afrikaanse slaven werden op Curaçao aan land gebracht. Na verloop van tijd werd Curaçao een van de grootste regionale slavenmarkten. De Afrikanen die achterbleven kwamen veelal terecht op de plantages.

In de tweede helft van de 17e eeuw ontstond de stad Willemstad naast het Fort Amsterdam, op wat nu Punda heet. In de 18e eeuw werden er vervolgens pakhuizen gebouwd in de wijk die nu Otrobanda (‘andere kant’) heet.

In 1674 werd Curaçao door de West-Indische Compagnie tot vrijhaven benoemd, waardoor het een sleutelpositie in de internationale handelswereld verwierf. In de 17e eeuw groeide Curaçao dan ook uit tot een van de meest welvarende eilanden in het gehele Caraïbisch gebied. Uiteindelijk bleef de slavenhandel de belangrijkste bron van inkomsten voor Curaçao.

Handelshaven van Willemstad, Curacao

Curaçao werd een echte Nederlandse kolonie na het faillissement van de West-Indische Compagnie in 1791. In 1795 kwamen de slaven op Curacao in opstand. Dit gebeurde onder leiding van Tula, een slaaf die een sleutelrol speelt in de geschiedenis van het eiland. De opstand was slechts van korte duur en werd a snel neergeslagen. De Engelsen hebben het eiland in 1800 en 1807 weten te veroveren, maar werden beiden keren door de plaatselijke bevolking weer verdreven. Het eiland valt sinds 1816 onder Nederlands bestuur.

Na het Engelse verbod op internationale handel in slaven werd de slavenhandel minder aantrekkelijk en deze werd op Curaçao uiteindelijk in 1863 afgeschaft. Hiermee raakte de economie van Curaçao al snel in het slopt. Tot aan het begin van de 20e eeuw draaide de Curaçaose economie vooral op handel, landbouw en visserij. In 1914, na de ontdekking van grote aardoliereserves in Venezuela, vestigde Shell zich met een olieraffinaderij op het eiland. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was het eiland een belangrijke spil in de levering van olie aan de geallieerde troepen.

Curaçao verkreeg in 1954 samen met de andere Nederlandse Antillen politieke autonomie. De ongelijke verdeling van de welvaart die volgde leidde op 30 mei 1969 tot een opstanding van de Curaçaose arbeidersklasse voor de poort van de Shel raffinaderij. Tijdens de opmars naar de binnenstad werd vakbondsleider Wilson Godett neegeschoten en werden in Punda en Otrobanda diverse huizen in brand gestoken door de woedende arbeiders. Uiteindelijk werd de orde hersteld door de ingevlogen Nederlandse mariniers en werd er hard gewerkt aan het ‘Antillianiseren’ van de de lokale overheid. Koninklijke Shell verliet Curaçao vervolgens in de jaren tachtig, waarmee de olieraffinaderij werd verhuurd aan het Venezolaanse PDVSA.

Drie gekleurde huizen op Curacao, Nederlandse Antillen

Hedendaags Curaçao: vol met tegenstellingen

Natuur

Curaçao kent een zeer diverse natuur, in verhouding tot de afmetingen van het eiland. De Noordelijke en Oostelijke zijde zijn overwegend woest en dor. De Zuidelijke en Westelijke zijde zijn over het algemeen een stuk rustiger en groener.Dit is vooral goed te merken wanneer je vanaf Hato Airport richting Barber, of een van de dorpen langs de zuidkust rijdt.

Ook valt het al snel op dat de fauna aan de Noordelijke zijde uit niet veel meer dan geiten, hagedisse en leguanen bestaat, waar je rond de Zuidelijke kustgebieden en stranden ook een hoop vogels tegenkomt. De diversiteit van de natuur en ondergrond van het eiland heeft ertoe geleidt dat bepaalde diersoorten alleen in specifieke gebieden van het eiland te zien zijn. Zo zijn er in het Christoffelpark bijvoorbeeld herten te zien.

Kusten

De Noordelijke en Zuidelijke kustlijnen van Curaçao zijn haast een verschil van dag en nacht. De strakke Noordelijke kustlijn is extreem ruw, met de grote kliffen van kalksteen en de weerbarstige golven van de zee, welke honderden kilometers lang door de onophoudelijke passaatwind worden opgestuwd tot ze met groot geweld te pletter slaan op de kust. Zelfs een geoefende zwemmer zou het in deze ruwe wateren niet lang overleven.

De Zuidelijke kant heeft een grote diversiteit aan zandstranden en natuurlijke baaien, waar de zee rustig naar binnen kabbelt en er prima kan worden gezwommen en gesnorkeld. Deze kustlijn van Curaçao wordt vooral benut door de groeiende toeristische industrie.

Bevolking

De wijken Punda en Scharloo zijn samen met Otrobanda de historische wijken van Curaçao en staan vol met grote en prachtige handelaarshuizen. Het bedrijfsleven heeft inmiddels de meeste van deze panden in het bezit. Ten Oosten van Willemstad worden de nieuwe villawijken in hoog tempo uit de grond gestampt en is goed te zien dat men de zaakjes hier prima op orde heeft.

Luxe handelshuis in Scharloo, Willemstad, Curacao

Dit alles staat in schril contrast met de woonwijken die je aan de Westelijke zijde van Willemstad aantreft. Deze wijken, die recht onder de rook van de raffinaderijen liggen, herbergen de meest armoedige huizen waar complete families (inclusief opa’s en oma’s) in wonen. Om een idee te krijgen van de erbarmelijke omstandigheden waar men hier in leeft, is het al genoeg om even met de ramen open door de wijk te rijden. Na een paar maal ademen zal het je niet verbazen dat men hier in deze gebieden doorgaans niet erg oud wordt.

De Antillen kennen geen sociaal verzekeringsstelsel, wat betekent dat men hier zelf voor de bijvoorbeeld de oudedagsvoorziening moet zorgen. Een ander gevolg hiervan is dat het haast onmogelijk is om uit de armoedespiraal te ontsnappen. Men blijft in dezelfde vicieuze cirkel hangen en kinderen hebben maar zelden voldoende geld om het huis uit te gaan, waardoor complete gezinnen op dezelfde plek blijven wonen en met z’n allen maar rond moeten zien te komen van het weinige geld dat er nog binnenkomt. Ter illustratie: veel huishoudens hebben simpelweg geen geld om de vuilafhandeling te betalen en brengen hun afval ’s avonds naar de meest afgelegen plekken van het eiland om het daar langs de weg te dumpen.

Voor veel mensen biedt de criminaliteit, zoals bijvoorbeeld het drugscircuit, de enige uitweg uit deze ellende en het ergste is misschien nog dat daar eigenlijk best wat voor valt te zeggen…

Ook loterijen maken dankbaar gebruik van de armoedespiraal van Curaçao en waar je ook komt, overal zie je wel de kleine kiosken van de verschillende loterijen.

Loterij op Curacao, Robbie’s Lottery

Hieraan kan nog toegevoegd worden dat het op de Antillen niet de gewoonte is om je levensstandaard te ‘verraden’. Vrijwel iedereen loopt er altijd prima verzorgd bij en aan het uiterlijk valt dus ook niet af te lezen tot welke ‘klasse’ iemand behoort.

Toerisme onder de rook van de raffinaderij

Voor Curaçao lag de oorspronkelijke bron van inkomsten in de handelshaven van Willemstad, die zich naderhand heeft ontwikkeld tot overslaghaven en oliehaven, met de vele raffinaderijen.

De zware industrie, welke bij de eerste tocht langs Willemstad al niet te missen is, is haast het tegenovergestelde van die andere bron van inkomsten; het toerisme. Laatstgenoemde industrie is pas de laatste jaren in hoog tempo aan het onwikkelen. Inmiddels worden er overal op het eiland nieuwe bungalowparken en hotels uit de grond gestampt. De bouwgrond rond Willemstad begint daardoor ook in hoog tempo op te raken, wat de woningnood onder de lokale bevolking weer verder omhoog stuwt.

Willemstad is ondertussen ook een populaire tussenstop op Caraïbische cruisen. Regelmatig liggen er in en buiten de haven enorme cruiseschepen aangemeerd om de passagiers ‘een dagje Willemstad’ te bieden, wat natuurlijk schier onmogelijk is – Willemstad, of Curaçao kan je niet in één dag bekijken. De grootste schepen liggen ter hoogte van het Riffort, en dus buiten de haven, aangemeerd; de schepen die wel de stad in kunnen liggen aangemeerd bij de cruisehaven onder de Koningin Julianabrug. Tijdens ons verblijf lag onder andere de RMS Queen Mary 2, het op een-na-grootste cruiseschip ter wereld, voor één dag aangemeerd in Willemstad. Het schip torende als een enorm flatgebouw hoog boven alle bebouwing in Willemstad uit, en was absoluut niet te missen. Buiten dat was het aan de aanwezigheid van de grote hoeveelheid Amerikanen wel te merken dat er weer een cruiseschip aangemeerd lag.

Van volle wijken tot onbewoonde gebieden

Grote delen van Curaçao worden beetje bij beetje helemaal volgebouwd, maar het eiland bevat ook een hoop delen die nagnoeg onbewoond zijn gebleven en dat vermoedelijk ook nog lang zullen blijven door de ontoegankelijkheid van deze gebieden. Vooral het Oostelijke deel van het eiland is daar een mooi voorbeeld van. Na het dorpje Fuik houdt de bewoonde wereld feitelijk op te bestaan en lopen er geen officiële wegen meer naar de Oostpunt van het eiland, aangezien dit deel van het eiland particulier bezit is.

Curaçao heeft bovendien een klein zustereiland, te weten: Klein Curaçao. Dit onbewoonde eilandje ligt een kilometer of 30 ten Oosten van Curaçao. Het eilandje bevat niet meer dan een oude (maar nog altijd in gebruik zijnde) vuurtoren en een scheepswrak dat in tweeën geslagen op de kust ligt. Het eilandje wordt vooral gebruikt door de vele dagjesmensen die er met een boottocht naartoe gaan om er te genieten van de unieke witte zandstranden.

Helaas hebben wij het uitstapje naar Klein Curaçao niet kunnen maken, maar die gaat dus op de ‘to-do list’ voor een volgend bezoek aan het eiland.

En verder…

Natuurlijk valt er nog veel meer over dit prachtige eiland te vertellen, zoals bijvoorbeeld de lokale prijzen versus de toeristenprijzen. Overal ter wereld waar het toerisme groeit en bloeit, wordt je als toerist net een beetje extra uitgemolken, zo ook op Curaçao.

Of wat te denken van de vriendelijkheid en gastvrijheid van de bevolking, wanneer je ze zelf respectvol in hun eigen taal (papiamentu) benaderd met bijvoorbeeld ‘Bon dia’ (goedemorgen), of ‘Bon tardi’ (goedemiddag), tegenover de botte benadering wanneer je je overduidelijk als toerist opstelt. Wanneer je plaatsneemt in een van de ‘Sightseeing’-busjes, omdat zelf rondrijden te gevaarlijk zou zijn, dan vraag je er simpelweg om om ook als zodanig benaderd te worden. Ga je er zelf op uit en gedraag je je gewoon vriendelijk, dan zul je pas echt merken hoe aangenaam de omgang met de plaatselijke bevolking is.

Ik zou hier nog wel even door kunnen gaan, maar uiteindelijk is Curaçao vooral een eiland dat je moet ervaren en beleven.