8 augustus 2007
Ruoms: langs de oevers van de l’Ardeche
De laatste stop tijdens onze reis door Frankrijk lag in de Ardeche en wel in het toeristische plaatsje Ruoms op camping De Peyroche die direct aan de rivier l’Ardeche ligt. De Ardeche staat bekend om de vele uitgestrekte lavendel velden op de plateaus boven de l’Ardeche en de prachtige Gorges de l’Ardeche met als toeristisch hoogtepunt de Pont d’Arc. Ondanks het ontbreken van de lavendel in deze tijd van het jaar hebben we er prima genoten van de vooral gevarieerde natuur en de zinderende hitte en zon.

Ruoms als ideale uitvalsbasis
Voor wie de Ardeche wil verkennen is het toeristische plaatsje Ruoms een ideale uitvalsbasis. Het dorp ligt aan de rivier de l’Ardeche, aan het uiteinde van de beroemde Gorges de l’Ardeche, waar de rivier in een ruige kloof door het landschap kronkelt. Vanaf Ruoms zijn de prachtige plaatsjes Balazuc en Labeaume makkelijk te bereiken, als ook de overgewaardeerde Pont d’Arc, maar daarover later meer.
Ruoms heeft zelf ook een klein ‘vieille ville’, een oud dorpscentrum, wat toch wel de moeite waard is om even doorheen te wandelen.
Op de route naar Ruoms kwamen we bij het verlaten van de ringwegen van Nimes al snel op de route national die ons de Ardeche in zou voeren. In de Ardeche werden we meteen getrakteerd op de schitterende ruige landschappen die zo karakteristiek zijn voor de regio. Daarbij was niet alleen de natuur indrukwekkend; ook de vele oude bruggen die vaak niet meer in gebruik waren mochten er wezen. We wisten meteen: het verblijf hier zou wel goed gaan komen!
Op de camping De Peyroche konden we onze tent kwijt op de plaats van m’n oom en tante, wat het verblijf extra gezellig maakte. De camping zelf was een aparte ervaring an sich: een hoop campingplaatsen leken geïmproviseerd en waren zo groot dat er makkelijk drie caravans op kwijt konden. Daarnaast liepen er overal kabels over de grindpaden, wegens een tekort aan electriciteitspalen. Verder had de camping een interessant verhuurbeleid: schijnbaar worden bezoekers voor enkele nachten (of mensen die enkele nachten willen bijboeken) afgeslagen in de hoop bezoekers voor een week of langer te kunnen binnenhalen. Zo konden wij, na het vertrek van mijn oom en tante, uiteindelijk ook geen twee nachten bijboeken, terwijl de plek ernaast maar leeg bleef. Waarschijnlijk hoopte men op Fransen die voor een week zouden inchecken. Financieel gezien is daar niets mis mee, maar erg netjes is een dergelijke manier van zaken doen niet. Ach, uiteindelijk konden we onze laatste twee extra nachten nog doorbrengen op de plaats van een bijzonder aardige Nederlands stel, zodat we niet nogmaals hoefden te verkassen, waarvoor nogmaals bedankt!
Op en rond de Gorges de l’Ardeche
De rivier de l’Ardeche staat vooral bekend om de zogenaamde Gorges, de stijle rotswanden, waartussen de rivier zich een weg baant. De Pont d’Arc bij het dorpje Vallon Pont d’Arc is een van de bekendste en meest bezochte delen van de Gorges de l’Ardeche. Iedereen die de Ardeche ooit bezocht heeft, heeft dan ook van de Pont d’Arc gehoord.
De tweede dag in de Ardeche hebben we ’s middags de route touristique langs de Gorges gereden, door eerst via Saint Remèze richting Saint Just (nabij Saint Martin de l’Ardeche) te rijden en vervolgens over de bergwegen langs de stijle rotswanden te rijden.
In het voorjaar kan men op de hogergelegen plateaus boven de l’Ardeche genieten van uitgestrekte lavendel velden. Vooral rond St. Remèze bloeit de op lavendel gebaseerde olie-industrie hevig. Helaas waren de anders zo paarse velden nu niet meer dan een grauwe vertoning, maar het is een mooie tip voor het voorjaar. St. Remèze zelf is een knus dorpje, waar een korte stop zeker de moeite waard is. Het regionale lavendel-museum schijnt ook de moeite waard te zijn, maar dit hebben we zelf overgeslagen.
Na St. Remèze hebben we ook nog een korte stop in Bourgsaint-Andeol gemaakt, om daar nog wat fraaie foto’s te maken van de oude smalle straatjes die je in elk dorpje aantreft. Het is wel prettig om in dorpen als St. Remèze of Bourgsaint-Andeol rond te lopen, aangezien dit gewoon nog authentieke dorpen zijn die nog niet vervuild zijn door het oprukkende toerisme.
Vanaf St. Just hebben we de toeristische route langs de Gorges de l’Ardeche genomen. We reden daar over bergwegen die een gelijk verloop hadden als die in de Pyreneeën, met als bijkomend voordeel dat de bermen wat breder waren en het gevaar om de afgrond in te storten dus een stuk kleiner was.
Op de route kom je van alles tegen: van ruwe rotswanden tot natuurlijke tunnels en grotten.
Langs de route liggen diverse parkeerplaatsen waar jue vervolgens kan genieten van het uitzicht op de Gorges met daaronder het helderblauwe water van de kronkelende l’Ardeche. Het is absoluut de moeite om op de uitkijkpunten rond de Madeleine (een van de grotere Gorges) en vooral de Cirque de Madeleine is een aanrader. Hier kronkelt de rivier zo hevig dat het net lijkt alsof er meerdere rivieren samenkomen.
Overigens is het vooral ’s ochtends vroeg, als het nog rustig is op de weg, erg leuk scheuren over de bochtige wegen langs de l’Ardeche.
Pont d’Arc
Tien tegen één dat iemand de Pont d’Arc zal noemen als je het hebt over de Gorges de l’Ardeche. De natuurlijke stenen boog over het water is dan ook veruit het meest bekende en bezochte punt van de hele toeristische route. Het is inderdaad een mooi stukje natuurschoon om te zien, maar wij waren er op dat moment nou niet dermate van onder de indruk dat we bereid waren de enorme drukte te trotseren en er langer dan 10 minuten te blijven. Gelukkig konden we wel meteen de auto kwijt, want ook dat is er midden op de dag een flinke uitdaging. In de namiddag zou het erg mooi moeten zijn om het laatste zonlicht onder de Pont door te zien reflecteren, terwijl de zon achter de rotsen zakt. Wij hadden het echter al snel gehad met de drukte en besloten hier niet op te wachten.
Toen ik enkele dagen later de Pont d’Arc ’s ochtends nogmaals bezocht was het een stuk aangenamere vertoning. Slechts enkele kanoërs begaven zich op het water en er was nog geen spoor van de vele toeristen die de rotsstranden enkele dagen terug bevolkten. Op zo’n moment wordt goed duidelijk hoe toerisme dergelijke natuurlijke schoonheid kan verpesten.
Kanoën over de l’Ardeche
De derde dag hebben we grotendeels op het water doorgebracht met een kano-tocht van Balazuc naar Ruoms. Over de 14 kilometer lange tocht deden we ruim 4 uur. Het was een bijzondere ervaring en erg leuk om te doen, maar 14 kilometer was toch wel wat teveel van het goede. Dat laatste kwam waarschijnlijk vooral doordat het water zo laag stond dat we bij bijna elk watervalletje vast kwamen te zitten en weer uit de boot moesten. Dat is een paar keer leuk, maar daarna wordt het vervelend.
Ik had m’n camera wel meegenomen in de waterdichte ton van de kano, maar heb er uiteindelijk weinig mee gedaan, bang dat hij nat zou worden.
Labeaume en Balazuc
Het ten noorden van Ruoms gelegen Balazuc draagt het etiket ‘één van de mooiste dorpen van Frankrijk’ en de Lonely Planet was het daar bovendien mee eens, hetgeen voor ons rede genoeg was om het dorpje te bezoeken. Achteraf was het niet zo handig om dat ’s middags op de tot dan toe warmste dag te doen. We hebben het er ’s middags maar kort gehouden en ik ben ’s avonds nog teruggaan om wat foto’s te maken.
Balazuc is al meer dan een millennium oud en er is dan ook een hoop historie in de stad terug te vinden. Zo heeft het plaatsje een Romaanse kerk uit de 12e eeuw, die bovendien nog volledig overeind staat. Vanaf de andere kant van de Ardeche krijg je een schitterend uitzicht op het dorp dat tot aan de uiterste rand van de rotswanden gebouwd is. Binnen het dorp is het knap lastig om een straat te vinden die niet omhoog of omlaag loopt.

Labeaume is minstens zo mooi als Balazuc, maar wat minder toeristisch, wat het dorp tot een aantrekkelijk alternatief maakt. Ook Labeaume heeft zich grotendeels op de top van een rotswand gevestigd. De geschiedenis leek hier zelfs nog verder terug te gaan: de onnatuurlijke grotten in de rotsen deden dat vermoeden. Enkele huizen zijn weer op deze grotten doorgebouwd, wat opzich al een bijzonder plaatje opleverde. De oude grotten zijn door de gehele stad te zien en bij sommigen kan je zelfs zomaar naar binnen wandelen. Of dat verstandig, dan wel gewenst is, is natuurlijk wel de vraag.
Naast de genoemde steden hebben we in de Ardeche ook nog de Grotte de la Cocalière bezocht. Daarover meer in het volgende weblog: Grotte de la Cocalière en asociale hollanders.
Hitte
We hebben eigenlijk de hele vakantie prima weer gehad en ons verblijf in Ruoms was daar geen uitzondering op. De hitte was zelfs zo drukkend en extreem (zo’n 40 graden) dat we één dag genoodzaakt waren om onze stoelen in de rivier te zetten om zo nog wat verkoeling te vinden tijdens het zonnen. Door een handdoek op het van keien gebouwde dammetje te leggen konden we zelfs ook op onze buik in het water liggen. Prima en goed genieten dus. Vervolgens kregen we nog te horen dat het er voor de tijd van het jaar eigenlijk helemaal niet zo heet was. We waren blij toe…
Helaas hebben we de laatste dag nog wel matig weer gehad en heeft het de laatste nacht nog flink geregend. Maar goed, na 3 weken prima weer mochten we daar natuurlijk niet over klagen.
Nachtelijke terugreis
Na ’s avonds laat afscheid te hebben genomen van onze plaatsgenoten zijn we begonnen aan de terugreis van Ruoms naar Zeeland, waar we op woensdag de laatste dag door zouden brengen op de camping van Arjan z’n ouders. Het was oorspronkelijk de bedoeling om Normandië nog aan te doen, maar we hadden al eerder besloten dit niet te doen, wegens het matige weer in de noordelijke provincies. De paar extra dagen in de Ardeche waren dus een veel betere optie.
De nachtelijke reis verloopt soepel en we arriveren rond 11 uur ’s ochtends in Stellendam in Zeeland, wetende dat de gave reis door Frankrijk nu écht voorbij is…

Reacties
3 april 2009
paulien zegt:
wij gaan deze zomer in het hoogseizoen met een divers gezelschap, wij gezin met 2 meiden van 8 en 10 en een gezin met een 2-ling van anderhalf… heb jij nog tips? zitten vlak bij ruoms, aan de ardeche op een camping ( le grand terre)
groetjes Paulien