2 augustus 2007
Pyreneeen: van de Cirque de Gavarnie tot de poppen van Campan
Vanuit Labenne zijn we de Franse Pyreneeën ingetrokken. Daar hebben we voor 4 nachten onze tent opgeslagen in Argelès-Gazost, een kilometer of 6 ten zuiden van Lourdes. Argelès ligt midden in de Hautes-Pyrénées, zodat we een prima uitvalslokatie hadden voor een aantal trips, waaronder die naar de Cirque du Gavarnie, de Tourmalet en Lourdes.
De 13e vakantiedag zijn we om kwart voor 11 ’s ochtends richting de Pyreneeën gereden, via Pau en Lourdes. We hoopten zo vroeg genoeg rond Argelès te zijn om nog een goede trekkersplaats te kunnen vinden. Na tweeëneenhalf uur rijden kwamen we aan in Lourdes, waar bij het langsrijden al onze ogen uit konden kijken. Het was er tamelijk bewolkt en van de bergen was geen spoor te bekennen. Op de korte weg richting Argelès-Gazost trok het wolkendek langzaam maar zeker open en uiteindelijk reden we alsnog in de zon onder een blauwe hemel. Bij het passereen van dit front voorbij Lourdes konden we ook meteen de vele nabij gelegen bergtoppen zien. Het is bijzonder hoe de vele bergen van dit deel van de pyreneeën plotseling de hoogte inschieten.
Uiteindelijk komen we even na 1 uur in Argelès-Gazost aan en bij het binnenrijden van de stad treffen we 3-sterren camping Les Trois Vallees aan. We doen meteen maar een poging en wat blijkt: er is nog één plaats vrij voor de vier nachten die we willen blijven. Nog geen uur later staat onze tent weer overeind en dit keer wederom beter dan de vorige keer, maar met meer scheerlijnen om de zo nu en dan straffe wind te kunnen weerstaan.
Col d’Aubisque
Omdat we nog een hele middag over hebben, besluiten we om rond 4 uur maar een tocht te gaan maken. De Col d’Aubisque, welke enkele dagen geleden nog het decor was van een pittige touretappe, ligt om de hoek en we besluiten de Twingo hier voor het eerst echt op de proef te gaan stellen. De route naar boven is een bijzonder fraaie, met de passage van de nodige schilderachtige dorpjes en hellingen. Onderweg komen we vooral bijzonder veel koeien, geiten en schapen tegen. De dieren lopen vrij over de groene hellingen en dragen nagenoeg allemaal een bel, waardoor ze tot ver in de omtrek nog te horen zijn. Het geklingel van de honderden bellen van de koeien die op de omliggende hellingen rondlopen is dan ook bijna oorverdovend en zorgt voor een sfeervolle ambiance; alleen de paarse Milka-koe ontbrak.
Naast de vele koeien, geiten en schapen lopen er ook nog een aantal wilde ezels rond en op de top van de Aubisque treffen we een kudde paarden aan, die net als de koeien op de route, totaal niet onder de indruk zijn van de toeristen en de auto’s op het parkeerterrein of de weg. Als je wilt passeren moet je gewoon netjes op je beurt wachten en als het dier er dan even geen zin in heeft, kan dat best even duren. Het is ook vertederend om te zien hoe twee ezels de koelte opzochten door in de schaduw van een auto te gaan zitten.
Het weer in de bergen blijft ook een fascinerend iets. Op de Col d’Aubisque krijgen we hier weer een mooie demonstratie van: aan de ene zijde van de berg is het prachtig weer, terwijl we aan de andere kant de weg in de mist van het dikke wolkenpak zien verdwijnen. Een verschil van dag en nacht op slechts enkele honderden meters afstand van elkaar.
Vanwege de zware bewolking aan de westelijke zijde van de Aubisque nemen we dezelfde route terug, wat ons weer langs hetzelfde landschap brengt. Door het lagere standpunt van de zon lijkt het landschap echter totaal veranderd en het is nu nog sfeervoller dan het op de heenweg was.
Cirque de Gavarnie
De tweede dag in de Pyreneeën willen we de Cirque de Gavarnie gaan bekijken. De Cirque de Gavarnie is, zoals de naam al enigszins aangeeft, een rotswand met een hoogte van 1500 meter en een omtrek van 4 kilometer in de vorm van een halve cirkel. De cirque en het nabijgelegen dorpje Gavarnie zijn opgenomen op de werelderfgoedlijst van Unesco.
Om de drukte en ergste hitte een beetje te vermijden vertrekken we rond 9 uur naar Gavarnie, dat vanaf Argelès-Gazost prima te bereiken is. Na een klein uur rijden langs prachtige rotswanden en afgronden (dit is een van de mooiste routes die je in de Pyreneeën kan rijden) komen we aan in Gavarnie, alwaar we de auto makkelijk kwijt kunnen in het centrum van het dorpje. Vanaf Gavarnie is het tenslotte nog twee uur lopen om tot de voet van de Cirque te komen. Het is een fors eind lopen, maar de wandelroute zelf is het meer dan waard. De route loopt langs de rivier die afkomstig is van de diverse watervallen van de Cirque de Gavarnie en biedt diverse prachtige uitkijkpunten en panorama’s op de Cirque en diens omgeving.
Na de lange wandeling klimmen we de steile helling met de losliggende rotsblokken verder omhoog, om tot de Grande Cascade te komen. Hier klettert smeltwater in drie etappes meer dan 1200 meter naar beneden. De combinatie van dit frisse (en verstuivende) water en de schaduw van de rotswanden zorgen ervoor dat het hier toch nog behoorlijk fris is. Na even bijgekomen te zijn aan de voet van de waterval, beginnen we aan de uitdagende afdaling. Schoenen met een goed profiel zijn hier een echte aanrader!
Op de route terug hebben we zo’n dorst gekregen dat we het plaatselijke smeltwater maar eens proberen. Het water uit de rivier smaakt uitstekend, niet in de laatste plaats omdat het nog zo koud is.
Dankzij de vele afdalingen verloopt de terugweg aanzienlijk sneller dan de heenweg en na de diverse stops voor het maken van foto’s komen we bij onze (inmiddels van binnen kokende) auto aan. We zetten alles even open en rijden daarna langzaamaan terug, In Gavarnie ontvangen we een hoop vreemde blikken, waaronder ook van de politie en de vrijwilligers die mensen de parkeerterreinen op begeleiden. Een meisje probeert ons nog iets uit te leggen (iets met ‘derrière’), maar wij geven aan dat we niet het parkeerterrein op willen omdat we juist weg gaan. Een paar honderd meter verderop komen we er vervolgens achter dat onze achterklep nog steeds openstaat… Zouden ze dat soms bedoeld hebben?
Waterkrachtcentrale van Pragnères
Op de terugweg van Gavarnie maken we nog twee tussenstops. De eerste maken we in Pragnères, een klein dorpje dat beroemd is om de waterkrachtcentrale die hier staat. Bij de waterkrachtcentrale van EDF (Electricité de France) staat een klein informatiecentrum waar je gratis een rondleiding door en uitleg over de waterkrachtcentrale kan krijgen.
Ter plekke leren we hoe de centrale van Pragnères gebruik maakt van het in het stuwmeer van het Lac de Cap-de-Long opgevangen water. Het Lac de Cap-de-Long is het grootste stuwmeer in de Pyreneeën. Het water wordt hier gedurende de zomer en herfst opgespaard, waarna het in de winter gebruikt wordt voor de opwekking van elektriciteit. Overcapaciteit van elektriciteit wordt gebruikt om het water naar dit hoger gelegen stuwmeer te pompen en de pompen en generatoren van Pragnères staan dus nooit stil.
We slaan de verdere rondleiding door de centrale over, vooral omdat we al gezien hadden dat dat weinig om het lijf had. Bovendien was de rondleiding volledig in het Frans, waar we wel het een en ander van kunnen verstaan, maar niet genoeg om de tijd die het kost te rechtvaardigen.
De tweede stop maken we in Luz-St-Sauveur, vooral omdat we moeten tanken. Door het vele klimmen en dalen is de sensor in de tank een beetje van slag geraakt, waardoor deze een tijd lang de verkeerde waarde doorgaf. Bij het starten van de motor in Pragnères komen we erachter dat we op reserve rijden. Gelukkig loopt de weg vooral omlaag, zodat we weinig brandstof nodig hebben om tot het volgende dorp met tankstation te komen. In Luz-St-Sauveur vinden we een station waar we ook nog eens goedkoop kunnen tanken.
Na het tanken doen we nog de boodschappen voor het avondeten en maken we een wandeling door het dorpje dat vooral te boek staat als ski-oord.
’s Avonds genieten we van onze pannenkoeken uit crepes-beslag en ik trek naderhand nog even Argelès in om daar wat foto’s te maken.
Lourdes
De volgende dag doen we het vooral rustig aan: ’s ochtends ga ik opzoek naar een internetmogelijkheid en Arjan gaat een stukje hardlopen. Later in de middag zouden we dan het bedevaartsoord Lourdes bezoeken.
Uiteindelijk zijn we rond 1 uur ’s middags klaar met het versturen van alle e-mails, Wishou’s en het plaatsen van de weblogs en beginnen we aan de lunch: crepes! Rond half 4 vertrekken we tenslotte naar Lourdes.
Het verslag van het bezoek aan Lourdes was een apart weblog waard; het is hier te lezen: In Lourdes gaan religie en commercie hand in hand.
De dag van de ramp
Op de derde volledige dag in de Pyreneeën wilden we het stuwmeer Lac de Cap-de-Long bezoeken, hetgeen een pittige en lange autorit zou worden. Het loopt allemaal echter wat anders: de avond tevoren vertoonde mijn laptop al wat kleine kuren en nu start deze plotseling niet meer op. Doordat mijn mobiele harde schijf het al eerder tijdens de vakantie begeven heeft en ik nog geen nieuwe backup mogelijkheid gevonden heb, staan alle foto’s van de eerste 2 weken op de laptop. Een groot probleem dus! De ochtend wordt vervolgens voornamelijk gevuld met telefoontjes en dergelijke. Uiteindelijk wordt de laptop de rest van de vakantie niet meer opgestart, in de hoop dat de data later nog te recoveren is. Meer over de harde schijf en de verloren foto’s is hier te lezen: Nachtmerrie op vakantie: 2000 foto’s verloren.
Uiteindelijk stappen we rond 12 uur ’s middags alsnog in de auto om de geplande rit te maken. Tijdens de beklimming van de Tourmalet komen we er echter achter dat we Lac de Cap-de-Long niet meer gaan redden, het zou namelijk nog ruim anderhalf uur rijden zijn en de Twingo begon het op deze top warme dag goed heet te krijgen. Uiteindelijk doen we het wat rustiger aan en bekijken we de watervalletjes op en rond de Col du Tourmalet en rijden we via het dorpje Campan weer richting het Noorden om dan via Bagneres en Lourdes terug naar de camping te rijden.
Op de route zelf zie ik zoveel mooie beelden om te fotograferen, maar ik heb simpelweg geen zin om het ook daadwerkelijk vast te leggen. Na het potentiële verlies van de 2000 foto’s voel ik me zo moedeloos dat ik het fotograferen even zat ben.
Mounaques in Campan
Uiteindelijk weet ik mezelf nog wel te herpakken en schiet in de diverse dorpjes toch nog de nodige foto’s. Vooral in het dorpje Campan weet ik me goed uit te leven. Campan heeft namelijk een lange traditie rond de zogenaamde ‘mounaques’, poppen die het straatbeeld opfleuren en verlevendigen en je zo nu en dan de stuipen op het lijf kunnen jagen. De poppen zien er van een afstand en in een flits levensecht uit en ze zijn overal in het dorp terug te vinden. Elk winkeltje of huis heeft wel een eigen mounaque, geheel in de stijl van de betreffende lokatie.

Reizen met matig weer
Het is ons de hele vakantie al gelukt: elke keer dat we gingen verkassen was het op de plaats van vertrek matig weer en reden we vervolgens het goede weer in. Zo ook nu weer: de dag van vertrek was het stevig bewolkt, maar na drieëneenhalf uur rijden kwamen we in Carcasonne aan, alwaar we in een stralend zonnetje een mooie tussenstop hebben gehouden. Het is een gave.
In Carcasonne hebben we de oude stad (La Cité) bezocht. Carcasonne staat van oudsher bekend om deze middeleeuwse stad met de immense stadswal, burcht en torens. De oude stad zelf is nog in een prima staat, maar het toerisme heeft er zijn slag goed geslagen en men verkoopt er alles: van Samoerai-zwaarden tot waterpistooltjes. Het heeft weinig meer met de stad zelf te maken. Wie daar doorheen weet te kijken ziet echter wel een prachtige middeleeuwse stad dat door de jaren heen goed bewaard is gebleven.
De kathedraal in het centrum van La cite de Carcasonne is een absolute aanrader. De oorsprong van de kathedraal stamt nog uit de 12e eeuw en het is van binnen dan ook een indrukwekkende stenen kolos.
Vanuit Carcasonne vervolgen we onze reis richting Ruoms in de Ardeche, alwaar we mijn oom en tante zullen opzoeken. De route van Carcasonne naar Ruoms (via Montpellier) leidt ons langs prachtige landschappen, waar ieder dorpje wel een enorme burcht op een heuvel lijkt te hebben en na nogmaals drie uur rijden zijn we er dan eindelijk. Tijd voor een aantal dagen zon en hitte in een van de warmste en mooiste streken van Frankrijk.
De meeste foto’s die bij dit verslag horen staan op de bewuste gecrashte harde schijf. Als de foto’s nog terug te halen zijn, dan zullen ze vanzelfsprekend t.z.t. hier verschijnen.
