18 juni 2007
Herrie in het kwadraat: B-52 op 15m hoogte
Het AWACS onderdeel van de NATO bestaat dit jaar 25 jaar, en dat werd dit weekend gevierd middels een static airshow op de militaire basis in Geilenkirchen (net over de grens bij Landgraaf). Er zouden een aantal bijzondere toestellen op de tentoonstelling staan, maar helaas werd er geen daadwerkelijke vliegshow georganiseerd, en dat is dan toch jammer. Om die mooie vliegtuigen toch te kunnen zien vliegen ben ik afgelopen vrijdag met m’n pa naar het zuiden afgereisd. De tweemaal tweeëneenhalf uur durende rit had eigenlijk maar één doel: de B-52 Stratofortress binnen zien vliegen, want dat was toch wel het hoogtepunt. Nou, dat hebben we geweten…
Frisbees op de basis in Geilenkirchen
Op de NATO basis in Geilenkirchen staan de Boeing E-3A Legacy vliegtuigen gestationeerd. Voor wie dit niets zegt: dit zijn die 4-motorige monsters met zo’n draaiende schotel bovenop de romp. Mijn vader heeft zijn jeugd op enkele kilometers van de basis doorgebracht en heeft daar nog een hoop zien vliegen toen het nog een Engelse basis was. Mijn oma woont daar nog altijd, en bij een bezoekje in Landgraaf gaan we dus vaak even langs de basis, in de hoop zo’n ‘frisbee’ te zien vliegen. De Nederlandse kant (waar recent nog een paar hectare bos gekapt is, wat voor de omgeving nog altijd een delicate kwestie is) is niet heel interessant, maar de Duitse zijde bij Geilenkirchen heeft een prachtige spotterslocatie: je kan op een afstand van 150 meter van het begin van de baan staan, tussen alle landingslichten. De E-3A’s komen daar vervolgens op een hoogte van maximaal 20-25 meter over. Dat is niet alleen machtig om te zien, maar ook om te horen; de toestellen zijn namelijk gebaseerd op de Boeing 707 uit de jaren ‘60, en hebben motoren die vandaag de dag in de burgerluchtvaart niet meer getolereerd worden. Als toerist is dat natuurlijk geweldig, maar de lokale bevolking (met name de inwoners van Schinveld) zijn daar minder blij mee, wat de Duitse basis aan Nederlandse zijde tot een ongewenst object heeft gemaakt. Dit zal ongetwijfeld één van de redenen geweest zijn dat de NATO heeft besloten er geen vliegshow te organiseren, maar enkel een static tentoonstelling.

Een E-6B Mercury van de US Navy land op Geilenkirchen
Ondanks het matige weer zijn we vrijdagmorgen rond half 6 vertrokken, om de files te ontwijken en zo op tijd te zijn voor het arriveren van de eerste deelnemers aan de tentoonstelling. Eenmaal daar aangekomen waren we duidelijk niet de enige met dit plan: ruw geschat waren er al een paar honderd spotters aanwezig.
Helaas duurde het nog tot na 10 uur voordat de eerste serieuze vliegbewegingen op gang kwamen. Nog vervelender was de zware regenbui die vanaf de Nederlandse zijde van de basis onze kant op kwam, al gaf het een mooi effect bij de landing van de wat grotere exemplaren. Door deze bui viel het fotograferen van een aantal binnenkomsten ‘in het water’, waaronder ook de twee toestellen van het type Saab Gripen, die een synchroonlanding maakten. Helaas…
Tussen de vliegbewegingen door heb ik me maar vermaakt met het fotograferen van de landingslichten en het maken van wat proefopnames voor de landing van de B-52 bommenwerper uit Amerika. De kolos met een spanwijdte van bijna 60 meter en 8 motoren zou een flinke uitdaging worden om te fotograferen; ik wilde geen standaardplaatjes van opzij schieten en had daarom al een afwijkende positie in gedachte: recht onder het vliegtuig. Dit zou eigenlijk alleen kunnen met een groothoeklens en ik zou maar één kans krijgen…

Nadat de Gripens binnen waren werd het weer droog en dat zou het de rest van de dag gelukkig ook blijven. Terwijl iedereen in spanning op de B-52 zat te wachten, kwamen er onder andere nog de volgende vliegtuigen binnen: 3 Tornado’s, één F-4 Phantom, twee F-18’s, twee Sukhoi Su-22’s, twee F-16’s, twee Alphajets, één Eurofighter en diverse transporttoestellen.

Een Zwitserse F-18 land op de vliegbasis
Het is bij dit soort gelegenheden altijd leuk om te zien dat je eigenlijk zelf niet hoeft te kijken of er iets aankomt; je houdt gewoon de mensen in de gaten en je merkt het vanzelf als ze wat onrustig worden en één kant op gaan kijken. Ondanks het ontbreken van een vliegshow-onderdeel op de open dagen van zaterdag en zondag, had de organisatie duidelijk nog wel wat werk gemaakt van het binnenvliegen: alle jagers deden een ‘overshoot’ over de basis, sommigen met een steep turn aan het einde van de landingsbaan, om vervolgens een rondje te maken en de landing in te zetten. Een leuk extraatje van de organisatie, waar velen erg dankbaar voor waren. Hulde dus!
Rond kwart voor 4 was het dan eindelijk zover: mensen begonnen zenuwachtig te wijzen naar een object aan de horizon. Na zelf gekeken te hebben was het meteen duidelijk: er is maar één toestel dat zo’n zwart rookspoor achter zich aantrekt…
De B-52 en hoe je gehoorbeschadiging oploopt…
Na de B-52 aan de horizon gezien te hebben duurde het nog een kleine 10 minuten voor het bij de basis aan zou komen. Ik had speciaal voor dit moment twee camera’s bij me, zodat ik zowel foto’s van het aanvliegen als dé foto kon maken. Met de Sigma 50-500mm schoot ik de aantocht van ‘het beest’, en de Sigma 10-20mm stond ingesteld voor de overpass. Terwijl ik naar de gekozen plek toeliep begon de spanning goed te stijgen: stond alles goed ingesteld? Was dit de beste plek? Moest ik m’n groothoek mee gaan trekken, of toch maar stil houden en het proberen te timen? En als ik hem dan mee zou trekken, zou ik dat landingslicht dan wel op de voorgrond kunnen krijgen? Poeh…
Eenmaal in positie begon ik met m’n 50-500mm te fotograferen, maar al snel bleken die foto’s het niet te worden, doordat de lucht gewoon te grauw was… De 10-20mm moest het dus maar gaan doen. Ondertussen was het monster nog een kleine kilometer verwijderd en zwoel het geluid in rap tempo aan. Enkele seconden later werd dit zelfs zo erg dat ik me een beetje zorgen begon te maken over het geluidsniveau waar ik mee te maken zou gaan krijgen. Ondertussen was ik helemaal goed gepositioneerd en had ik mn kader en methode al helemaal bepaald: ik zou ‘m een heel klein stukje meetrekken, om de camera vervolgens stil te houden en op het juiste moment af te drukken. Terwijl ik de camera stevig met bijde handen vasthield en ondersteunde kwam de B-52 echt in de buurt en kon ik beginnen met meetrekken. Op dat moment werd de fluittoon van de motoren zo luid en pijnlijk dat ik paniek mijn linkerhand maar gebruikte om in ieder geval één oor te beschermen. Idioot als ik ben, ben ik doorgegaan met de poging het vliegtuig vast te leggen. Op het moment dat de B-52 met z’n acht jagende motoren op een hoogte van slechts zo’n 15 meter overvloog, drukte ik m’n ontspanknop in, in de hoop dat het goed was. De enorm pijnlijke herrie en het feit dat er een groot zwart gevaarte zo laag en met zo’n snelheid over me heen kwam zetten zorgden ervoor dat ik me toch erg onprettig en enigszins bang voelde. Direct na het afdrukken zakte ik door m’n knieën en lag ik bijna plat in het natte gras, waardoor ik ook niet meer de kans had om met de 50-500mm nog wat foto’s van het landen te maken. Het was wel een zeer bijzondere en indrukwekkende ervaring om de landing van een B-52 van zo dichtbij mee te maken en dat was de 5 uur reistijd al meer dan waard! Of het feit dat ik in m’n rechteroor nog tot diep in de nacht een fluittoon hoorde het ook waard was, is natuurlijk een ander verhaal…
Op het schermpje van m’n camera leek de foto toch wel redelijk gelukt, al kon ik dat niet met zekerheid zeggen. Eenmaal thuis was ik eigenlijk overdonderd door het eindresultaat, het was gewoon gelukt en ik had een écht originele foto te pakken, iets dat in het fotograferen van vliegtuigen zeldzaam is!

De Amerikaanse B-52 Stratofortress scheert over de landingslichten in Geilenkirchen
Ondanks het zeer matige weer is het toch een zeer succesvolle dag geworden, met een goed aantal vliegtuigfoto’s uit een totaal andere hoek dan gebruikelijk. Ik ben inmiddels van plan om ook bij de diverse airshows een andere inslag te kiezen, om zo tot wat originelere foto’s te komen. Hoe ik dat bij airshows ga doen weet ik nog niet, maar dat komt wel…
