Dit artikel biedt een aantal tips en methodes om beter te leren fotograferen. In die zin is het dan ook bedoeld voor de beginnende fotograaf. Er worden 15 tips en adviezen behandeld en daarnaast nog 25 korte lessen beschreven.

Tips & adviezen

De belangrijkste tips en adviezen op een rijtje:

1. Plezier. Fotograferen is voor (bijna) iedereen begonnen als hobby en dus als plezierige bezigheid. De beste en belangrijkste inspiratie komt vaak voort uit toewijding en plezier.

2. Gebruik de zoeker. Gebruik het volledige beeld: bijna elke foto heeft als doel iets te laten zien. Dat betekent dat je een bepaald onderwerp eruit wilt laten ’springen’. Het is dan vaak belangrijk dat dat deel van de foto een groter (of in ieder geval opvallend) aandeel in de foto heeft. Benut de ruimte in de zoeker dus efficiënt om ergens de aandacht op te leggen. Maar: wees voorzichtig! Wanneer iets te groot in beeld is, kan het ook storend werken. Blijf dus ten allen tijden goed naar het volledige beeld dat je in de zoeker ziet kijken.

3. De achtergrond. Let op de achtergrond. Niets is zo vervelend als een mooi portret dat verpest wordt, doordat er een lantaarnpaal uit het hoofd van de geportretteerde lijkt te groeien. Scan dus altijd even de achtergrond alvorens je de foto maakt. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor portretten.

4. Storende elementen. In het geval van portretten: controleer het model op storende accessoires (zoals een groot horloge) of andere elementen die kunnen afleiden van het onderwerp, zoals haar voor het gezicht, vlekken, etc.

5. Scherpstellen. Stel scherp op de ogen! Wanneer men naar een portret of een foto van een dier kijken, focust men vrijwel altijd eerst op de ogen. Onscherpe ogen verpesten daarmee de eerste indruk van de foto. En iedereen weet dat de eerste indruk vaak de belangrijkste is.

6. Beeld-uitsnede. Let er bij portretten op dat je het model niet op een vervelend punt ‘afsnijdt’. Veel gemaakte fouten in de uitsnede: afgesneden handen of voeten, deel van het hoofd niet zichtbaar, deel van een arm buiten beeld, etc.

7. Liggende en staande foto’s. Veel beginnende fotografen hebben de neiging om alleen liggende foto’s te maken. Hiermee blijven een hoop mooie kansen liggen. In het geval van twijfel is het verstandig om zowel een staande als liggende foto te maken en dan achteraf de mooiste te kiezen.

8. Standpunt. Een foto vanaf ooghoogte geeft het beeld weer zoals men dat zelf dagelijks ziet. Het is vaak veel interessanter om eens door de knieën te gaan (of zelfs te liggen) of een hogere plek op te zoeken. Door verschillende standpunten af te wisselen kan je een situatie vaak veel interessanter weergeven dan deze op het eerste gezicht lijkt.

9. Rule of Thirds. Leer en gebruik de ‘Rule of Thirds’. Het is de meestbekende en meestgebruikte ‘regel’ in de fotografie. Maar: dit is een regel die zo nu en dan zéker overtreden mag (en zelfs moet) worden.

10. Fotografeer veel! Fotografeer zo vaak en veel mogelijk als maar kan. Ervaring opdoen is nog altijd de beste manier om te leren fotograferen. Je kan je foto’s later bestuderen om ervan te leren.

11. Fotoclub. Sluit je aan bij een fotoclub of online community. Leer van de opmerkingen en kritiek van anderen en geef (ook maken zij beter foto’s dan jijzelf) vooral ook commentaar op andermans werk. Dit geeft je de mogelijkheid om je eigen foto’s en fotografie eens vanuit een ander perspectief te bekijken en beoordelen.

12. Leer van anderen. Door andermans foto’s te bestuderen kan je een hoop leren om dat vervolgens in je eigen fotografie te verwerken. Probeer bij het zien van mooie foto’s te achterhalen wat ze zo bijzonder maakt. De lichtval of belichting? De compositie? De kleuren?

13. Leer van jezelf. Kijk kritisch naar je eigen foto’s en probeer te achterhalenwat er beter zou kunnen of wat je fout gedaan hebt. Door veel te fotograferen en veel te reflecteren kan je jezelf snel verbeteren.

14. Vertonen. Vertoon alleen je beste foto’s op je website of in je portfolio. De overige foto’s kan je gebruiken om kritiek op te vragen of als leer-materiaal.

15. Fotoapparatuur. Maak nooit de fout te denken dat betere apparatuur vanzelf ook betere foto’s op zal leveren. Er zijn fotografen die prachtige foto’s maken met de meest simpele appartuur en er zijn fotografen die met de beste apparatuur de meest lelijke foto’s kunnen maken. Camera’s en lezen zijn slechts hulpmiddelen bij het maken van foto’s. De fotograaf bepaalt de foto! Pas als je het gevoel hebt dat je serieus beperkt wordt door je apparatuur, kun je de stap nemen om nieuwe hulpmiddelen aan te schaffen.

De kitlens die bij de meeste fotocamera’s geleverd wordt is vaak in staat tot het produceren van betere foto’s dan de fotograaf zelf. Het is dus verstandig hier eerst goed mee te experimenteren alvorens je de overstapt naar een betere lens maakt.

Lessen om jezelf te verbeteren

Hieronder volgen een aantal ‘lessen’ die je kunnen helpen om creatiever met je fotoapparatuur om te gaan en jezelf als fotograaf te verbeteren.

1. Maak een paar dagen lang foto’s met alle verschillende zoomstanden, diafragma- waarden en sluitertijden en analyseer het resultaat. Op die manier kan je al heel snel een goed gevoel krijgen voor het instellen van de camera in verschillende situaties en voor verschillende resultaten.

2. Maak dezelfde foto in verschillende ISO standen en kijk hoe het de diafragma-waarden en sluitertijden beinvloed.

3. Combineer de eerste twee punten en probeer erachter te komen hoe de combinatie van deze variabelen tot een bepaald gewenst resultaat kan leiden.

4. Gebruik de verschillende programma standen van je camera en analyseer het resultaat. Zou je deze instellingen zelf ook kunnen instellen? Hoe zou je dit doen?

5. Maak met opzet een aantal overbelichte en onderbelichte foto’s en analyseer wat het resultaat is in de foto. Probeer erachter te komen wat het doet met het gevoel dat de foto oproept.

6. Experimenteer met de sherptediepte van de lens en gebruik de onscherpte van bepaalde delen van de foto op een creatieve manier. Analyseer wat voor een gevoel de verschillende foto’s oproepen.

7. Stel je zoomlens in op een bepaalde zoomstand en ga hier een dag lang mee fotograferen, zonder de zoomstand te veranderen. Doe vervolgens hetzelfde in andere zoomstanden. Wat heb je na een paar dagen geleerd met de verschillende zoomstanden? Welke onderwerpen leenden zich het best in welke zoomstand(en)?

8. Stel de lens een dag (of een aantal dagen) lang in op Manual Focus en oefen met het handmatig focussen. Zijn er situaties waarin je liever handmatig focust? Voortaan zal je in moeilijke situaties het focussen van de camera over kunnen nemen!

9. Maak een reeks foto’s uit de hand met een lage sluitertijd. Met welke sluitertijden kun je nog wel scherpe foto’s maken en met welke niet? En is dit verschillend met andere zoomstanden?

10. Maak een reeks foto’s van een fontein of waterval vanaf een statief. Maak je sluitertijden steeds langer en kijk wat er gebeurt met de foto. Probeer met verschillende watervallen en fonteinen de mooiste stand te vinden.

11. Probeer snelle actie vast te leggen met behulp van hoge sluitertijden. Welke instellingen heb je hiervoor nodig? Welke slutiertijden waren snel genoeg voor welke situaties?

12. Zet de camera in de Bulb (B) stand en maak wat foto’s van de sterrenhemel, een autoweg, vuurwerk en andere dynamische taferelen. Probeer ook eens onweer te fotograferen.

13. Probeer een landschapsfoto met de maan erin te maken. Dus geen close-up van de maan, maar een tafereel, waarin de maan een onderdeel is.

14. Probeer snel bewegende voorwerpen en sporters op het juiste moment vast te leggen. Kan je je timing na verloop van tijd verbeteren?

15. Probeer foto’s van waterdruppels te maken, totdat je er eentje hebt die je goed genoeg vind om af te drukken.

16. Maak portretten van vrienden en kennissen en analyseer je resultaten. Wat werkte er wel en wat niet? Kan je ze na een tijdje regisseren en interessante poses in laten nemen?

17. Probeer candid foto’s van je vrienden en kennissen te maken. Hoe kan je in gezelschap foto’s maken, zonder dat ze zich anders gaan gedragen door de camera?

18. Ga op pad en vraag aan minstens 10 vreemden of je een foto van ze mag maken. Welke aanpak werkte het beste? Hoe zou je het voortaan doen?

19. Maak een verzameling zelfportretten totdat je een of meerdere foto’s hebt die je met anderen zou willen delen.

20. Verzamel en zoek wat kleine objecten bij elkaar en probeer er wat interessante foto’s van te maken. Een macro lens is niet nodig: de standaardlenzen bieden vaak al veel mogelijkheden tot goede close-ups.

21. Ga de stad in zonder je flitser en maak een verzameling foto’s met enkel het beschikbare omgevingslicht. Wat valt je op in de resultaten? Wat werkte wel en wat niet? Welke instellingen heb je gebruikt?

22. Leer om te gaan met de flitser op je camera. Wat gebeurt er als je een koffie filter of folie voor de flitser houdt?

23. Fotografeer een paar keer midden op de dag, bij verschillende weersomstandigheden. Wat kun je doen met de belichting en schaduwen?

24. Probeer iemand aan het lachen te maken met behulp van een foto die je gemaakt hebt, zonder bewerking te gebruiken.

25. Vraag de mensen om je heen om hun mening over een aantal van je foto’s.

Dit artikel is bedoeld als hulpmiddel voor het starten van een langdurig leerproces voor de beginnende fotograaf. Iedereen kan hier op zijn of haar eigen manier mee omgaan en eigen creativiteit en ideeën (zoals eigen lessen) zijn daarin alleen maar aan te bevelen!

Heb je zelf nog ideeën als les of tip, vermeld deze dan hieronder als reactie!