Het is bijna een week geleden dat ik de sleutel van m’n in Kissimmee gehuurde Ford Taurus SE voor het eerst in het contact stak, met als doel Zuid Florida wat beter te bekijken en te beleven. Inmiddels staat er ruim 1400 mijl meer op de teller dan toen we uit Kissimmee vertrokken. Helaas was ik de enige die de auto mocht besturen. Ruim veertienhonderd mijl: 2300 kilometer dus.

In de verstreken week heb ik voor het eerst actief kennisgemaakt met het rijden in Amerika en daarbij ook met rijdende Amerikanen.

Amerikaanse auto’s

Amerika heeft nooit bekend gestaan om zijn automobielen. Na een week rijden in een Amerikaanse bak en op de passagierstoel zitten van een nog Amerikaansere bak wordt snel duidelijk hoe dat komt. Amerikaanse auto’s zijn enorm overpowered op hun stuurbekrachtiging en underpowered op hun rem. Het eerste is overal terug te zien: vrijwel elke auto zwalkt over de weg. Het tweede vraagt in eerste instantie wat gewenning: om de auto enigszins te laten remmen, zoals je in Europa zou verwachten, moet je het pedaal een flink eind intrappen.

Een ander punt van kritiek is de motorinhoud van Amerikaanse auto’s: waar wij in Nederland 1.6 tot 3.0 liter motoren tegenkomen, is 3.0 liter hier vaak het absolute minimum. Vier liter, of zelfs zes liter is niet ongewoon en het is dan ook geen wonder dat er hier niet zoiets bestaat als een zuinig rijdende auto. Onze Ford Taurus, wat voor Amerikaanse begrippen een zuinige auto is, rijdt gemiddeld 1 op 10 (in kilometers). Met de lange stukken weg waar we op rijden is dat geen beste prestaties. Gelukkig is de benzine hier een koopje: net onder de 3 dollar per gallon (3,78 liter) en daarmee ruwweg een derde van de prijzen die we in Nederland betalen. En dan te bedenken dat men hier al klaagt over de benzineprijzen…

Niet alleen de motorinhoud is buiten proportie, ook de auto’s zelf zijn naar Europese standaarden werkelijk enorm. Zo is de kleinste huurauto een Ford Focus sedan en daar val je dan al flink mee uit de toon. Naast de grootformaat sedans (zoals de Licoln Town Car voor 6 personen) rijden er hier ook zeer veel trucks (tot wel 450 pk), Jeeps en Hummers rond. Het geluid dat de gemiddelde Amerikaanse auto produceert zou in Nederland door de buurtbewoners niet getolereerd (en zeker niet gewaardeerd) worden.

Chevrolet Camaro logo

Het Amerikaanse wegennet

Na 1400 mijl op Amerikaanse wegen gereden te hebben, raak je behoorlijk gewend en bekend aan het wegennet. Allereerst: de kwaliteit van de wegen varieert enorm. De grote snelwegen en, noem het, provinciale wegen zijn over het algemeen redelijk onderhouden. Dat betekent echter niet wat het in Nederland betekent: lappen asfalt worden gewoon deels gerepareerd en rijbanen willen nog wel eens op verschillende hoogten liggen. Daarnaast zijn gaten van een centimeter 5 doodnormaal.

Waar wij in Nederland nog wel eens klagen over slechte wegmarkering, is het hier niet vreemd als er her en der complete stukken markering ontbreken. Wegonderhoud kom je hier overal wel tegen. Bij ons zijn we dan gewend dat er langzamer gereden moet worden, maar hier mag je de normale snelheid gewoon aanhouden. De enige regeling die bij dergelijke passages actief is, is dat snelheidsbekeuringen verdubbeld worden als ze plaatsvinden in de nabijheid van wegwerkers. Dit betekent dat je zo nu en dan met 70 mijl per uur vlak langs barricades en werkzaamheden scheert, even wennen dus. Met name ’s nachts wil dit nog wel eens linke situaties opleveren.

Ook leuk: het ontwijken van gescheurde autobanden. In Amerika is het toegestaan om een nieuwe laag rubber om een band te laten zetten als het profiel versleten is. Met het bonkige wegdek is het risico van scheurende banden dan behoorlijk hoog. Met name rond de Interstates liggen erg veel rubberbanden, waarvan er een hoop ook deels op de weg liggen.

Road Work Ahead 500 ft

Het Amerikaanse wegennet kent de term ‘highway’, maar deze wegen zijn beter te vergelijken met wat wij in Nederland als provinciale wegen hebben: over het algemeen varierend van 35 tot 60 mijl per uur en met stoplichten en afslagen op de rijbanen zelf.

De daadwerkelijke snelwegen heten hier ‘Interstates’, ongeacht of ze tussen meerdere staten lopen of niet. De wegen worden afgekort met bjvoorbeeld I-95, voor Interstate 95. Over het algemeen geeft een drie cijferige Interstate aan dat het een oost-west route is, en een twee cijferige Interstate dat deze van noord naar zuid loopt. Naast de Interstates zijn er ook zogenaamde ‘Turnpikes’: tolwegen die vergelijkbaar zijn met de Interstates, maar met minder op- en afritten.

De Interstates en Turnpikes hebben rustplaatsen die in de middenberm ondergebracht zijn en daardoor alleen bereikbaar middels een op- en afrit aan de linkerzijde, welke overigens regelmatig voorkomen.

Zoals eerder gezegd bevatten de US Highways, zoals de US 1 (onder andere over de Keys), gewoon stoplichten. Grote delen van deze wegen hebben geen middenberm en soms zelfs slechts een rijbaan per richting. De afslagen zitten zowel links als rechts, soms als aparte wegstrook, maar soms ook op de rijbaan zelf, met name bij inritten van priveterreinen.

Het verkeer wordt van het tegenliggende verkeer gescheiden door middel van een gele wegmarkering, waar de rest van de markeringen wit zijn. Hieraan is in een hoop verschillende situaties, met name ’s nachts, direct goed te zien hoe de wegindeling eruit ziet. De gele markeringen zijn bovendien overal voorzien van kattenogen, zodat er ook op de vele onverlichte wegen niet aan te ontkomen is. Overigens zijn er maar weinig verlichte wegen te vinden.

De Amerikaanse verkeersregels

Het grootste verschil met de Nederlandse verkeersregels is het inhalen: dit mag zowel rechts als links. In Amerika is het devies vooral ‘Keep your lane’ en er is vaak geen verplichting om als langzaam rijdend verkeer rechts te blijven. Langzamerhand wordt dit echter wel steeds meer geadviseerd op borden langs de weg.

Ook het vrachtverkeer mag de maximale snelheid rijden, en eveneens rechts inhalen. Het is in eerste instantie flink wennen om vrachtwagens met 80 mijl per uur (130 kilometer per uur) langs te zien stormen. Het is nog vreemder om vrachtwagens rechts in te halen, maar na een tijdje merk je dat er maar weinig van rijbaan gewisseld wordt als het niet direct nodig is, of er niet genoeg ruimte is. Als bijrijder blijft het echter een vreemde en onaangename gebeurtenis.

Rechts afslaan bij rood licht is hier ook toegestaan, tenzij het tegendeel expliciet aangegeven staat. Uiteraard is dit wel op eigen risico.

Op kruispunten waar geen expliciete voorrangsregelingen aangegeven staan, geldt de regel ‘wie het eerst komt…’. Voorrang voor van rechts komend verkeer is hier dus niet aan de orde.

De Sheriff, police en State Troopers

De verkeerspolitie van Amerika valt onder te verdelen in de Sheriff’s (doorgaans delen van steden), de politie, en de State Troopers. De laatste zijn vooral actief op de Interstates en Turnpikes.

Waar we in Nederland gebruik maken van flitspalen, radar- en trajectcontroles, zet men hier gewoon een Sheriff of State Trooper in. Het is het Amerikaanse werkgelegenheidsprincipe dat overal opduikt: overal waar een automaat prima kan functioneren of ook daadwerkelijk prima functioneert, is er altijd wel een werknemer die het werk uitvoert.

De politie weet hier precies waar ze moeten staan om verkeersovertreders te pakken. Op onze eerste rit, van Orlando naar Homestead kregen we meteen een mooie demonstratie: terwijl we zelf de maximale snelheid van 70 mijl per uur reden, werden we met een grove 100-110 mijl per uur ingehaald door een automobilist, die vervolgens voor ons dook om plotseling vol op de rem te gaan. Door tot ruim onder de maximale snelheid door te remmen, leverde dit nog een gevaarlijke situatie op ook. In eerste instantie begrepen we niet wat er aan de hand was, tot we uit de linkerberm plotseling een zwarte State Trooper wagen tevoorschijn zagen schieten, die tussen ons en de auto voor ons dook, om de laatste aan de kant te halen. De wagens worden vaak tussen de barricades op de middenberm opgesteld, waar ze er amper bovenuit komen en daardoor pas op het allerlaatste moment te zien zijn.

Als je vervolgens een beetje op gaat letten zie je de Sheriffs en de State Troopers werkelijk overal staan, met name achter bruggen, heuvels en in de bermen.

Overigens zit de politie niet achter de kleine overtredeingen aan: 10-15 mijl per uur te hard op een Interstate heeft niet snel gevolgen. Het resultaat is dat eigenlijk iedereen wel iets te hard rijdt, maar er bijna geen snelheidsduivels te zien zijn.

Op parkeerovertredingen wordt hier wel heel actief gelet, en even 5 minuten de auto onbetaald laten staan is vaak al genoeg om een bekeuring op te lopen. Zo hebben wij in Palm Beach een bekeuring van 25 dollar gekregen door (waarschijnlijk) een haperende parkeermeter, maar daar zijn we niet geheel zeker van en het doet er nu ook weinig meer toe.

Rijdende Amerikanen

Het is in Amerika bijna onmogelijk om zonder auto te leven. De afstanden zijn enorm, vooral doordat steden bijna altijd metropolen zijn, en al het kleinere niet veel meer is dan dorpjes. Voor een middagje winkelen rijdt een Amerikaan bijvoorbeeld rustig 2 uur heen en 2 uur terug.

Het gevolg van dat alles is dat bijna elke Amerikaan wel een auto heeft en zich daarmee op de openbare weg mag begeven. Na 1400 mijl gereden te hebben is er eigenlijk maar een echte conclusie: Amerikanen hebben geen verkeersinzicht.

Het gebrek aan verkeersinzicht uit zich in met name in onderdelen als het invoegen, inhalen en het aanrijden op afslagen.Invoegen gebeurt vaak met een veel te lage snelheid en bij het inhalen is het meer een kwestie van het stuur omgooien dan mee accelereren met de baan ernaast. Bij afslagen lijkt men gewoon vol op de rem te staan zonder eerst naar achter te kijken om vervolgens af te slaan. En uiteraard gebruiken maar weinig bestuurders daarbij hun richtingaanwijzer.

Op de highways en binnenwegen lijkt het wel of men gewoon geen idee heeft wat ze 5 seconden later gaan doen, wat resulteert in plotselinge ingrepen. Het rijdt niet heel prettig, maar het went wel.

Ondanks de zware motoren en hoge pk’s, wordt er zelden of nooit hard opgetrokken. Wat snelheid en dergelijken betreft zijn Amerikanen wel heel disciplinaire bestuurders. Op de Interstates wordt bijna overal wel iets te hard gereden, maar snelheidsduivels komen eigenlijk nauwelijks voor.

Al met al is het rijden uitstekend verlopen en ben ik ondertussen goed gewend aan de Amerikaanse stijl van rijden. Het enige dat tijdens het rijden echt vervelend blijft zijn de tropische regenbuien waar je zo nu en dan doorheen moet rijden. Het gevaar van aquaplanning ligt altijd op de loer en het zicht wordt al snel minimaal…

Rijden in tropische regenbui

Het enige wat ik een volgende keer anders zou doen is rondtrekken met een camper in plaats van een auto, aangezien het zoeken van hotels en dergelijke gewoon veel tijd kost. Bovendien is een camper eigenlijk niet eens zoveel duurder dan een auto. Tel bij die laatste nog de hotels op, en je komt een stuk duurder uit. Maar uiteindelijk was de auto een prima manier om toch een hoop van het echte Florida te zien!

Update:

Alle foto’s van Florida zijn te zien in de gallery: