meer

Brienzersee, Zwitserland

Nabij het plaatsje Bönigen liep deze steiger onder een dik bladerdak uit over het prachtige turqoise gekleurde water van de Brienzersee; een van de twee meren nabij Interlaken in Zwitserland.

De foto is gemaakt met behulp van de Lee Big Stopper, een 10-stops ND filter.

Schemering over Loch Carron, Schotland

De schemering trekt langzaam over Loch Carron, een zee-arm in het westen van Schotland.

Jökulsárlón, IJsland (2)

Een zwart-wit registratie van een van de vele ijsbergen in het gletsjermeer Jökulsárlón, in het zuiden van IJsland.

Jökulsárlón, IJsland

Het gletsjermeer Jökulsárlón is zonder twijfel een van IJslands meest populaire attracties. Het meer heeft zich pas in 1934-35 gevormd als gevolg van het terugtrekken van de Breiðamerkurjökull gletsjer, een gletsjertong van de Vatnajökull (Europa’s grootste gletsjer). In 1975 bedroeg het oppervlak 7.9 km², maar inmiddels heeft het meer een oppervlak van maar liefst 18 km², als gevolg van het extreem snelle smelten van de IJslandse gletsjers.

Het meer is via een smalle geul verbonden met de zee. Door de getijdenwerking stroomt hier ook zout water naar binnen, waardoor het meer grotendeels uit zout water bestaat, hetgeen het smeltproces van de Breiðamerkurjökull gletsjer verder versneld. Ondanks dit ogenschijnlijk snelle proces, kunnen de afgebroken ijsbergen er wel zeven jaar over doen voor ze de zee bereiken.
Als gevolg van het zonlicht, zoutwater stromen en de as en grond die op de ijsbergen ligt smelt de ijsberg niet overal even snel. Hierdoor ontstaan de meest uiteenlopende vormen. Daarnaast komt het regelmatig voor dat een ijsberg keert als gevolg van een veranderd zwaartepunt. Een net gekeerde ijsberg is duidelijk herkenbaar aan de bijzondere blauwe kleur; ijs dat boven water smelt heeft dit niet en oogt wit.

Op het diepste punt heeft Jökulsárlón een diepte van ruim 190 meter, waarmee het (waarschijnlijk) het op een na diepste meer van IJsland is. Het meer ligt ten zuiden van de Vatnajökull (Europa’s grootste gletsjer), tussen het nationaal park Skaftafell en de havenplaats Höfn. In de zomermaanden zijn de oevers van het meer tevens het broedgebied van de Grote Jager (Stercorarius skua).