Foto: IJsland: Skógafoss, Eldhraun en sandurs

IJsland: Skógafoss, Eldhraun en sandurs

- 19 september 2009 -

Na het bezoek aan Landmannalaugar zijn we via de ringweg weer een stukje terug naar het westen gereden, om de nacht door te brengen in Vík (languit: Vík í Mýrdal), het meest zuidelijk gelegen dorp op het vaste land van IJsland. Vanaf Vík zijn enkele bezienswaardigheden uit de regio (waaronder de beroemde Skógafoss en het enorme Eldhraun lavaveld) gemakkelijk te berijden.

Skógafoss

Vanuit Vík zijn we eerst in westelijke richting gereden om bij Skógar de 60 meter hoge Skógafoss te bekijken. Vrijwel elke Nederlander heeft deze waterval al eens gezien (maar waarschijnlijk zonder dit te weten); het is namelijk de waterval waar de videoclip van Marco Borsato’s ‘De Bestemming’ is opgenomen. Het weer was op dat moment niet al te best: grijs met lichte regen. Dat maakt bij een waterval als de Skógafoss overigens niet heel veel uit; de spray van het vallende water reikt ver genoeg om de meeste bezoekers zelfs met prachtig weer zeiknat te krijgen. De top van de waterval is te bereiken met behulp van een trap van rond de 470 treden.

Vanaf Skógar zijn we terug naar Vík gereden, waar we eerst nog naar een uitzichtpunt met een gitzwart strand en prachtige basaltrotsen hebben bekeken. Door de krachtige getijdestroming en de harde wind was het helaas te gevaarlijk om het strand op te gaan. De enkeling die toch zijn geluk beproefde werd binnen enkele minuten alsnog verrast door die ene golf die net wat verder kwam dan alle anderen daarvoor. In paniek proberen weg te rennen was de verkeerde keuze; hij struikelde en ging met camera en al in het water tegen de vlakte. Vervelend voor de beste man, maar hilarisch voor alle omstanders.

Eldhraun

We hebben ons weg vervolgd en in oostelijke richting de ringweg verder afgereden, dwars door lange uitgestrekte lavavelden van het ‘Eldhraun’, wat zich laat vertalen als ‘oud lavaveld’. De foto toont een landweg door een deel van het Eldhraun. Het lavaveld is ontstaan in een van de grootste erupties in de (bijgehouden) IJslandse geschiedenis: de uitbarsting van de vulkaan Laki in 1783. Deze uitbarsting bracht zoveel as, puin en giftige gassen in de atmosfeer dat in heel IJsland vrijwel alle planten en dieren stierven door verstikking en (bodem-)vergiftiging, en zelfs in Noordelijk Europa, Syberie en Noord Azië nog vergaande gevolgen optraden. De acht maanden durende uitbarsting bracht een lange tijd van duisternis; zelfs in Europa werd de zon lange tijd geblokkeerd door de aswolk. De IJslanders vertellen hier graag bij dat deze uitbarsting indirect ook de Franse Revolutie van de 19e eeuw heeft veroorzaakt (wegens mislukte oogsten en de daaropvolgende hongersnood), al moet dat natuurlijk wel met een korreltje zout worden genomen.
De gevolgen van de uitbarsting zijn goed te zien: het Eldhraun beslaat een enorme oppervlakte en het nu met felgroen mos bedekte lava is op veel punten tot wel twaalf meter dik.

Sandurs

Na het Eldhraun kwamen we langs twee vlaktes van een heel andere orde: de Brunasandur en Skeidararsandur. Deze ’sandurs’ zijn spoelvlaktes als gevolg van een ‘Jökulhlaup’, een zware vloed die wordt veroorzaakt door de plotselinge uitstroom van een onder een gletsjer gevormd meer na een uitbarsting van de onder de gletsjer liggende vulkaan. De laatste Jökulhlaup dateert van 1996 en deze vloedstroom was enkele dagen de op een na grootste rivier ter wereld (enkel de Amazonerivier was groter). Zo’n vloedgolf spoelt veel gruis en rotsen door het landschap en heeft in enkele minuten tijd zelfs een complete (betonnen) brug weggevaagd. In een korte documentaire was goed te zien hoe enorme rotsblokken als speelgoedsteentjes door de rivier werden geduwd. Bij elke Jökulhlaup worden de sandurs weer een stukje groter; op dit moment beslaan ze samen een kustlijn van meer dan 100 kilometer lang en lopen ze op sommige plaatsen tot wel 20 kilometer landinwaarts. Vanaf de ringweg is de zee vaak dus ook niet te zien. Op dit moment is het trouwens weer wachten op de volgende ramp: de vulkaan onder de Mýrdalsjökull (de op een na grootste gletsjer van IJsland) is al over datum. Van de vulkanen onder de Vatnajökull heeft men geen idee wanneer ze weer uitbarsten, hun uitbarstingen zitten langer uiteen en de vastgelegde geschiedenis ervan is nog te kort.

Voor de nacht hebben we de herberg in Hvoll (uit te spreken als: ‘Kvod’), gelegen aan de voet van de Skeiðarársandur, uitgekozen. Door de hoge kwaliteit van het hostel en het feit dat de omgeving een hoop te bieden heeft, hebben we hier uiteindelijk ook nog een tweede nacht doorgebracht. Bij aankomst kregen we een bijzonder warm welkom: zo’n 10 eenden kwamen in rap tempo aangewaggeld in de hoop gevoerd te worden. De beesten waren zo tam geworden dat ze zelfs op te pakken waren. Overigens hadden de beesten daar weinig tegen kunnen doen; ze waren allemaal zo dik dan vliegen er niet meer in zat.

Reageren