IJsland: Skaftafell & Svartifoss

Vanaf onze herberg in Hvoll waren enkele bezienswaardigheden gemakkelijk te bereiken, waaronder het nationaal park Skaftafell met zijn vele wandelroutes, de prachtige waterval Svartifoss en verschillende gletsjertongen. Naast een bezoek aan het park hebben we ook een poging gewaagd om de Lakagígar kraterrij, de hotspot van de uitbarstingen in 1783, te bezoeken.

Nationaal park Skaftafell

Na de eerste nacht in Hvoll hebben we eerst koers gezet richting nationaal park Skaftafell. Het park is gelegen tussen verschillende gletsjertongenen biedt verrassend veel flora en gedurende de zomermaanden treft men hier ook vele vogels aan in het verder zo lege en kale landschap. Met de vele wandelroutes is Skaftafell een waar paradijs voor wandelaars en hikers. Een van de hoogtepunten van het nationaal park is de Svartifoss; een wederom prachtige waterval tussen de basaltrotsen (zie foto). Vanaf de waterval hebben we een flinke wandeling gemaakt over een van de vele heuvels die het park rijk is. De herfstkleuren (variërend van licht geel tot donker paars) waren prachtig om te zien, al ontnam het heiige en natte weer wel wat van de glans. Bij terugkomst in het toeristencentrum hebben we meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om wat informatie te bemachtigen over de georganiseerde gletsjertochten die in en rond het park te maken zijn.

Aan de buitenzijde van het Skaftafell park ligt een klein openlucht museum van een oude nederzetting. Het museum is particulier bezit en de oude turfhuisjes en stal zijn gratis toegankelijk gemaakt voor toeristen. In het huis zijn nog enkele oude meubels en hulpmiddelen te vinden. In zijn geheel stelt het allemaal niet heel veel voor, maar het is zeker de moeite waard om een dergelijke volkskundig museum eens te bezoeken. Bij het vertrek hebben we natuurlijk wel een vriendelijk dankwoord in het gastenboek achtergelaten.

Lakagígar

Vanuit Skaftafell zijn we weer in westelijke richting gereden, om daar het gebied rond de Laki vulkaan te bekijken. ‘Ground Zero’ van de uitbarstingen van 1783 is een prachtige rij vulkaankraters (de Lakagígar). De krater van de inmiddels uitgestorven vulkaan Laki is te beklimmen en zou een hoogtepunt in de regio zijn. Bovendien zouden de effecten van de vernietigende kracht van eerdergenoemde uitbarsting in de 18e eeuw nog goed te zien moeten zijn in het omliggende gebied. Om het gebied te bereiken moesten we weer een F-weg op, de F206, met andere woorden: weer verschillende rivieren doorkruisen. De weg was dit keer echter dramatisch slecht en lag vol met enorme keien, waardoor de rit zelfs met onze 4WD bepaald geen pretje was. Uiteindelijk hebben we het halverwege (na 25 van de 48 kilometer) moeten opgeven bij de tweede moeilijk te peilen rivier. Bovendien was het al vier uur in de middag en werd het risico dat we de terugrit in het donker zouden moeten afleggen te groot. Deze blijft dus op het to-do lijstje voor een volgend bezoek aan IJsland, want daarvan weten we inmiddels al zeker dat het er komt.

Bij terugkeer op de herberg wist de vriendelijke eigenaar ons te vertellen dat onze 4WD toch echt een stuk dieper kon dan we tot nu toe dachten: water van een meter diep zou geen probleem moeten zijn…