IJsland: Landmannalaugar
- 17 september 2009 -
IJsland heeft vele prachtige natuurgebieden, maar enkelen springen er echt tussenuit. Landmannalaugar, in het Fjallabak nationaal park, is een van die zeldzame natuurgebieden waar iedereen het nog maanden over heeft. Om het gebied te kunnen bereiken moeten enkele onverharde wegen worden afgereden en moet men daarnaast nog een (vanuit het noorden) of meerdere (vanuit het zuiden) rivieren doorsteken. Bij forse sneeuwval worden de wegen afgesloten, om beschadiging te voorkomen en bij zware regenval zijn de rivieren niet meer te doorkruisen met een normale 4×4 wagen. Buiten de zomermaanden juli en augustus is een bezoek aan Landmannalaugar daarom niet altijd mogelijk. Volgens onze gastvrouw in Gaulverjaskoli zou het gebied tijdens ons bezoek nog prima bereikbaar moeten zijn en ze raadde ons aan om het gewoon te proberen.
Richting Landmannalaugar
En zo vertrokken we de derde dag dus vanuit Arnes richting Landmannalaugar. Op het eerste deel van de route hebben we nog op normale (verharde) wegen gereden en een paar tussenstops gemaakt, waaronder bij een brug over een spectaculair kolkende rivier, langs een vlakte waar het op dat moment zeker windkracht 9 waaide. Het waaide er zelfs zoo hard, dat de hard stromende rivier op verschillende plaatsen in tegengesteld richting stroomde. Even verderop hebben we een kijkje genomen bij een waterkracht centrale, waarbij je gewoon onder en langs de hoogspanningsmasten door rijdt en je het geknisper van de draden kunt horen. De centrale zelf leek een buffercentrale te zijn, waarbij water zowel in als uit een enorme put kan worden gepompt, voor de opslag van overtollige energie. In datzelfde gebied hebben we vervolgens ook geprobeerd de Haifoss waterval te bereiken, maar na vele kilometers van zeer slechte weg langs de hoogspanningsmasten hebben we dit opgegeven en zijn we terugggereden.
Vlak voor de afslag richting Landmannalaugar kwamen we twee liftende Vlamingen tegen. Ze moesten (helaas) naar het noorden en we konden ze dus niet helpen. Ze vertelden ons dat er die hele ochtend slechts twee auto’s langs waren gekomen. Rond 12 uur ’s middags waren wij dus nummer drie. Dat zegt wat over de verlatenheid van het gebied.
Noordelijke F208
De weg bracht ons vervolgens op de eerste serieuze F-weg (wegen die alleen met een 4WD bereden mogen worden). Een schitterende route, waarbij vooral het laatste deel spectaculair was: een zandweg door een enorm verlaten en gitzwarte vlakte, omringd door een paar forse bergkammen. Dit alles verbleekte echter nog bij de aankomst en het verblijf in Landmannalaugar. Voordat we het terrein van de hutten op konden moesten we eerst een rivier doorkruisen. Het duurde even voor we de moed hadden om onze Ford Escape erdoorheen te rijden, maar uiteindelijk had de wagen er totaal geen problemen mee, ondanks dat het water bijna over de motorkap heen klotste.
Landmannalaugar
In Landmannalaugar verbleven we in een grote hut (met zo’n 70 slaapplaatsen), waar die nacht ook nog zo’n 8 andere personen hebben geslapen. Leuk detail: in de hut lagen folders met informatie over de risico’s van het gebied in het geval van een uitbarsting van de vulkaan onder de Myrdasjokull gletsjer, compleet met evacuatie informatie. Na aankomst hebben we meteen de afgezette wandelroute in het aangelegen gebied gelopen. Werkelijk veruit de meest indrukwekkende en schitterende wandeltocht die we beide ooit hebben gemaakt. Op de route troffen we onder andere het volgende aan: bergen met de meest uiteenlopende kleuren (fel mosgroen, oranje, rood, blauw, grijs), een idyllische rivier, uitgestrekte lavavelden, een vulkaan met forse zwavelvelden en waterdamp uit de vele openingen in de berg. Tijdens de route klaarde het daarnaast ook nog flink op, waardoor we uiteindelijk vanaf een uur of 6 schitterend weer hadden. Het warme badje in Landmannalauger was helaas gesloten, doordat het al enige tijd geplaagd werd door een vleesetende parasiet.
’s Avonds bleef het vrijwel onbewolkt en heb ik voor het eerst in m’n leven het noorderlicht kunnen zien. Een bijzondere ervaring, al was het nog een fletse vertoning.
De vierde dag hebben we ’s ochtends nog een wandeling gemaakt in het dal van Landmannalaugar. Ook daar troffen we weer de meest onwerkelijke vergezichten (en details) aan. Hoogtepunt was het actieve zwavelveld aan de voet van een van de bergen, waar we gewoon tussendoor konden lopen. We zijn erop af gelopen nadat we in de verte een borrelend geluid hadden gehoord; alsof iemand een aantal pannetjes water aan de kook had gebracht. Bij het zwavelveld waren er diverse (fluoriserend geel uitgeslagen) spuitgaten met stoom te zien en enkele modderpotten met kokende modder. De kleuren waren ook hier weer fantastisch. Er kleeft wel een risico aan het rondlopen bij dergelijke geothermische gebieden: de laag vaste grond kan zeer dun zijn en als je er doorheen zakt kan je zo in de kokende modder belanden.
Na een klein uur te hebben rondgekeken zijn we verder door het dal gelopen en hebben we genoten van de enorme bergen met hun indrukwekkende vormen en kleuren. De oude lavavelden, waar nu een dikke laag felgroen mos op groeit zijn onwerkelijk om te zien. Samenvattend is Landmannalaugar misschien het best te omschrijven als een Lord of the Rings landschap. Het lijkt een andere planeet; een kruising tussen Jupiter en de Aarde wellicht. Een ding is zeker: je moet het met je eigen ogen aanschouwen om het volledig te kunnen bevatten en waarderen.
Zuidelijke F208: 18 rivieren
Na deze laatste wandeling zijn we weer vertrokken uit Landmannalaugar. We hebben nog even getwijfeld of we dezelfde route terug moesten rijden, maar uiteindelijk hebben we toch gekozen voor het vervolgen van de F208 in zuidelijke richting (richting Eldgja en Vik); een keuze waar we geen moment spijt van hebben gehad. De dame uit onze eerste herberg had ons al gewaarschuwd dat het noordelijke deel van de F208 makkelijker zou zijn dan het zuidelijke deel. Daar was geen woord aan gelogen; op de route hebben we maar liefst 18 rivieren moeten doorkruisen, varierend van kabbelende beekjes tot rivieren met een breedte van zo’n 25 meter, waarbij niet te zien was waar we in uit zouden komen. Bij elke grote doorkruising was het weer even spannend en een geweldige belevenis. De route zelf was ook schitterend; dwars door het felgroen en gitzwart gekleurde landschap. De bergen, met een hoogte van zo’n 500 meter, wisselden elkaar af: gitzwart lavagesteente en fluoriserend groen mos. We zijn geen boom tegengekomen. Een deel van de route hebben we door flinke bewolking gereden, waarbij weinig tot niets van het omringende landschap te zien was. Op de route tussen Landmannalaugar en Vik zijn we slechts drie auto’s tegengekomen, en dat in drie uur tijd!
Langs de route hebben we nog een uitstapje gemaakt langs de rivier de Eldgja en naar de indrukwekkende waterval Ofaerufoss. Tijdens deze wandeling van ruim een uur zijn we wederom helemaal niemand tegengekomen. Het was er zo leeg, dat het een vreemd gezicht was om onze auto zo midden in het landschap te zien staan.
Eenmaal terug op de ringweg bevonden we ons ook meteen weer in de regen. Met het uitstapje naar Landmannalaugar hebben we zo gelukkig toch nog wat van het slechte weer in het zuidelijke deel weten te vermijden.